Terugkijkend op haar studiejaar in North Carolina in 1978, vindt mevrouw Corine de Ruiter in Observant van vorige week het “opmerkelijk”, hoe hoog het percentage Afrikaans-Amerikaanse studenten was. Was dat meer dan een oppervlakkige indruk? In het onderzoek naar participatie van African-Americans in het academisch onderwijs staan in 2010 nog steeds de zorgwekkende persistent low numbers of African Americans centraal.
Die “snelheid waarmee veranderingen doorgevoerd worden” in de VS valt wat dat betreft hard tegen. Voortdurend blijkt bovendien (o.a. PISA 2006) dat het onderwijsstelsel in de VS op een bedenkelijk en steeds lager niveau staat. De helft van de volwassen Amerikanen weet inmiddels niet hoe lang het duurt voordat de aarde een keer om de zon heeft gedraaid.
Mevrouw de Ruiter plaatst bovendien het Amerikaanse vertrouwen in de politiek tegenover het vermeende gebrek daaraan in Nederland. Ze spreekt zelfs van een “open wond”. In geen westers land is het vertrouwen in het politieke systeem juist zo gering als in de VS. Wantrouwen in de regering is deel van Amerika’s culturele DNA. Volgens zeer recent onderzoek is 78 procent van de Amerikanen van mening dat het politieke systeem zich niet laat leiden door de belangen van de kiezers maar door die van lobbygroepen.
Wantrouwen en domheid gaan waarschijnlijk samen, want in een recente peiling stemde 56 procent van de ondervraagde Amerikanen zelfs in met de stelling “De federale regering is zo groot en machtig geworden dat ze een directe bedreiging vormt voor de rechten en vrijheid van de individuele burger”. Een zo groot wantrouwen impliceert dat de basis voor een parlementaire democratie niet meer aanwezig is.
Maar gelukkig leven we in Nederland, waar provincialisme en navelstaren hoogtij vieren en non-issues de hoogste plek op de politieke agenda innemen. Tegelijk blijkt steeds uit elk onderzoek dat er weinig landen zijn met zoveel tevreden en gelukkige inwoners.