Het is weer de tijd van het jaar: een groot aantal jongetjes en meisjes beweegt zich door de stad in schmutzige outfits, veelal met een ‘A’ achterop, in een poging de hindernisbaan die aspirantentijd heet met succes te voltooien. Opdrachten uitvoeren, geld verdienen door onzin te verkopen (of je door een herendispuut te laten verleiden om tegen betaling met elkander te gaan zoenen, op zijn minst twijfelachtig), en de nare opmerkingen en tirades doorstaan van de mensen met wie je graag vriendjes wil worden. Aangezien nagenoeg al mijn voorgang(st)ers hebben uitgewijd over kennismakingstijden, introducties en wat dies meer zij, en ik laatst nog op de kroeg door een eerstejaars werd uitgemaakt voor ‘machtsgeile fascist’ of woorden van vergelijkbare strekking (au), kan ik het niet nalaten ook een duit in het zakje te doen.
Ik ben een groot voorstander van introductieperiodes. Een van de weinige momenten in je leven dat je louter beoordeeld wordt op wat je kan, en niet op je kleren, je accent of de mensen die je kent. Veel meer dan een ‘horde’ om je lidmaatschap te verdienen, komen mensen een introductie uit als sterkere personen dan ze erin gingen. Een gemeenschappelijke vijand bevordert het interne groepsgevoel, de ontberingen die je samen doorstaat scheppen een band, en voor het eerst in je leven kun je geen grijs muisje meer zijn, jij moet laten zien waar je voor staat, kleur bekennen. Weet je die paar dagen (weken, maanden) te doorstaan, dan heb je het gevoel dat je iets bereikt hebt, en hecht je des te meer waarde aan je lidmaatschap. Integratie in stroomversnelling.
Eigenlijk is het jammer dat er wat morele bezwaren aan kleven om ‘nieuwe Nederlanders’ als onderdeel van hun inburgeringscursus ook een introductieperiode te laten doorlopen. Niet al te veel gekke dingen natuurlijk, maar wel de hei op, een beetje de duimschroeven aandraaien, generieke outfit aan om eventuele vooroordelen over elkaar weg te nemen, het volkslied leren, solidariteit en inzet kweken. Veel mensen die hier graag willen komen wonen hebben zich reeds weten te ontworstelen aan barre omstandigheden, dus voor hen moet het helemaal een eitje zijn. De man op straat zou aanzienlijk minder zeuren, zijn nieuwe medelanders hadden de proeve van bekwaamheid immers met verve doorstaan, hun Nederlanderschap verdiend.
Op stadsniveau zou het allicht nog wel beter werken. Wil jij in Sneek komen wonen? Al ben je autochtoon of allochtoon, over die stormbaan zul je. En nou het Friese volkslied achterstevoren, kutfeut!