De voormalige hoofdredacteur van Trouw bracht zijn stem voor de gemeenteraadsverkiezingen uit in zijn dorp in Zeeland. “Dag Jan”, begroette de kiescommissie hem monter. En of hij zijn stemkaart bij zich had. En zijn identiteitsbewijs. Dat moet tegenwoordig. Jan Greven had bovendien de stemkaart van zijn vrouw bij zich omdat hij voor haar bij volmacht zou stemmen. Mogen we dan even haar identiteitsbewijs zien? Dat had Jan niet bij zich. Dan kan die stem niet worden uitgebracht, besliste de voorzitter. Jan boos. Hij had geen zin nog eens terug te komen. Tegen het einde van de dag knaagde het ideaal van de representatieve democratie aan zijn geweten. Jan dus terug. Zijn goede bui was snel voorbij. Zonder zijn eigen kieskaart kon hij geen volmachtstem uitbrengen. En waar was die kaart? Die lag al sinds die morgen in de stapel met kaarten van de mensen die waren opgekomen. Jan weer boos. Hij is er overheen en heeft het gesublimeerd in een column voor zijn krant. Daarin stelt hij zijn ervaring tegenover de bestseller van Franca Treur Dorsvloer vol confetti over haar bevindelijk gereformeerde jeugd in Zeeland. Jan put moed uit Franca’s relaas dat niet alleen de geloofsafval beschrijft maar ook de geborgenheid van het dorpsleven.
Greven geeft de schuld aan een angstige regelgeving die uitgaat van wantrouwen en handelen zonder aanzien des persoons. Daar zit wat in. Zijn dorp zou best zonder al die poespas kunnen. In veel wijken in Rotterdam ligt dat anders. Bijna niemand wordt er met “dag Jan” begroet. En wie er achter volmachten schuil gaan? Daar is de landelijke regeling min of meer adequaat. Tenzij meer mensen tegelijk in de hokjes staan. Of als er niet uitgesloten kan worden dat meneer al eens langs is geweest. In beide gevallen ligt de fout aan het gebrek aan direct persoonlijk toezicht ter plaatse. De Zeeuwse voorzitter van het stembureau had best zijn kennis van de situatie kunnen gebruiken om het probleem binnen de grenzen van de wet te regelen. De Rotterdamse voorzitters horen onregelmatigheden niet over hun kant te laten gaan. Er is niets tegen regelgeving, maar alles tegen het afschaffen of in gebreke blijven van persoonlijk toezicht.