Daniel S. Hamermesh
1965 studie economie, University of Chicago
1969 proefschrift, Yale University
1969 docent Princeton University
1976 hoogleraar Michigan State University
1993 bijzonder hoogleraar University of Texas-Austin
2009 hoogleraar arbeidseconomie UM
Hamermesh (1943) heeft verschillende onderwijsprijzen ontvangen en als gasthoogleraar gedoceerd en lezingen gegeven aan meer dan tweehonderd universiteiten over de hele wereld. Zijn onderzoek op het gebied van arbeidseconomie heeft zijn neerslag gevonden in meer dan honderd wetenschappelijke artikelen. Zijn belangrijkste werk heet Labor demand (1993). Volgend jaar verschijnt Beauty pays, waarvan de Amerikaan in zijn gelijknamige oratie een tipje van de sluier licht.
Zoals op de uitgebreide website van Hamermesh valt te lezen, is hij 43 jaar getrouwd met Frances W. Hamermesh en heeft hij twee zonen. Hij houdt van hardlopen (“al gaan zijn vaardigheden hard achteruit”), reizen en spelen met zijn zes kleinkinderen (“die hij niet vaak genoeg ziet”)
Vanaf de dag dat we ons zelf herkennen in de spiegel zijn we geobsedeerd door ons uiterlijk, zegt Dan Hamermesh. Denk aan kleine meisjes die er het liefst uitzien als een prinsesje en jongetjes die koste wat het kost die hippe schoenen of dat stoere kapsel willen, net zoals de kleine Hamermesh in de jaren vijftig verlangde naar een crew-cut, waarbij het haar boven op het hoofd vrij kort is. Die obsessie – niet met een crew-cut maar met het uiterlijk welteverstaan - blijft wat de Amerikaan betreft bestaan totdat we seniel worden of anderszins ontoerekeningsvatbaar.
De cijfers onderstrepen dit. Op een doodgewone dag besteedt een Amerikaanse man gemiddeld 32 minuten aan zijn looks: wassen, aankleden en verzorgen. Zijn vrouw doet daar 44 minuten over. Als vrouwen ouder worden, verandert dit nauwelijks. Vanaf hun zeventigste zijn ze er 43 minuten mee bezig. Niet voor niets dat de beauty salon tegenwoordig vaste voet heeft gekregen in Amerikaanse verpleeghuizen. Een en ander mag wat kosten. Een paar jaar geleden besteedde een Amerikaans gezin jaarlijks 754 dollar aan dames- en meisjeskleding; 440 dollar aan mannen- en jongenskleding en 541 dollar aan verzorgingsproducten.
Dit is overigens niet typisch Amerikaans: in Duitsland stonden mannen in 2001 39 minuten voor de spiegel, en vrouwen 42 minuten.
Alles goed en wel, maar waarom zou een econoom vakmatig geïnteresseerd zijn in schoonheid? Toegegeven: economen houden zich met de gekste dingen bezig tegenwoordig, zegt Hamermesh. Van zelfmoord tot sumoworstelen. Maar schoonheid? Waarom niet? Het begint er al mee dat het schaars is. En zoals hij zal betogen: een mooi uiterlijk speelt een belangrijke rol op de arbeidsmarkt en in de marketing van bedrijven.
Salaris
Hamermesh stipt het zelf al aan in zijn rede: met zijn 67 jaar voldoet hij niet aan het gangbare beeld van een beginnend hoogleraar. Dat is hij ook niet, want hij werkt al sinds 1976 als professor aan de Michigan State University. Hij zal aan de School of Business and Economics één blok per jaar verzorgen. Zelf ziet hij zijn oratie als het begin van een nieuwe fase in zijn werkzame leven, waarin hij zijn vaardigheden als docent en onderzoeker in een nieuwe omgeving in praktijk kan brengen. Waarom Maastricht? Onder andere vanwege de vriendschap met prof. Gerard Pfann, met wie hij al sinds de jaren negentig onderzoek doet.
Aanvankelijk hield Hamermesh zich bezig met de arbeidsmarkt maar sinds begin jaren negentig is hij geboeid door het thema ‘schoonheid’. Hoe valt dat te onderzoeken, vragen sceptici zich af. Het is zo subjectief; wat de een mooi noemt, vindt de ander lelijk. Dat klopt niet, ontdekte Hamermesh. Hij liet een groep mensen op grond van foto’s een oordeel geven over het uiterlijk van meer dan tweeduizend studenten. Slechts twee van hen werden compleet verschillend beoordeeld. Kortom: schoonheid is subjectief maar mensen zijn het wel opvallend eens over wat ze mooi vinden.
Schoonheid is een relevant onderwerp voor economen omdat het verschil maakt: wie mooi is, verdient meer. Hamermesh baseert zich op twee verschillende Amerikaanse enquêtes uit de jaren zeventig. Daaruit blijkt dat vrouwen die lelijk werden bevonden, statistische gezien 4 procent minder loon ontvingen, vergeleken met vrouwen van een gemiddelde schoonheid. Terwijl mooie vrouwen 8 procent meer salaris opstreken. Mannen kregen respectievelijk 13 procent minder en 4 procent meer.
Opvallend is dat mannen kennelijk meer ‘gestraft’ worden voor een lelijk uiterlijk dan vrouwen. Hoe kan dat? Deels omdat er een vertekening optreedt volgens Hamermesh. Mannen gaan hoe dan ook aan het werk, terwijl vrouwen ervoor kunnen kiezen om thuis te blijven. Dat zouden lelijke vrouwen relatief vaker doen dan mooie vrouwen, omdat ze minder verdienen. En zoals de literatuur volgens Hamermesh laat zien, zijn vrouwen gevoelig voor financiële beloningen.
Hoe dan ook, de impact van schoonheid op het salaris is aanzienlijk, zegt de Amerikaan, zelfs zo groot dat die vergelijkbaar met de invloed van het onderwijs. Van één jaar extra scholing is bekend dat dit het salaris verhoogt met 10 procent. Ook in andere landen zijn deze enquêtes uitgevoerd, maar om verschillende redenen zijn ze onderling niet te vergelijken. Een belangrijke reden is dat Amerikanen, meer dan andere volkeren, uitgesproken zijn in hun oordelen over andermans uiterlijk.
Niet alleen individuen hebben baat bij schoonheid, ook ondernemingen varen er wel bij. Uit Maastrichts onderzoek van Pfann blijkt dat adverterende bedrijven met een knappe directeur 10 procent meer producten verkopen. Schoonheid genereert dus extra inkomsten.
Plastische chirurgie
Supermodel Linda Evangelista beweerde: “Het was God die me zo mooi heeft gemaakt. Zo niet, dan was ik lerares geworden.” Een treffende illustratie bij een vraag die Hamermesh opwerpt: beïnvloedt schoonheid het beroep dat mensen kiezen? Cru gezegd: zit er enige kern van waarheid in het oude gezegde: a beautiful face for radio? Mensen laten zich bij hun beroepskeuze natuurlijk niet alleen leiden door hun uiterlijk. Anders zou Dustin Hoffman nooit naar de toneelschool zijn gegaan. Zijn tante meende: “You can’t be an actor, you’re too ugly.” Hij bewees haar ongelijk met twee Oscars.
Toch kiezen mensen met een mooi uiterlijk een beroep waar ze profijt hebben van hun looks, terwijl lelijkerds zich verre houden van die functies. Onderzoek onder advocaten, allen in de jaren tachtig afgestudeerd aan dezelfde prestigieuze law school, toont aan dat advocaten die pleiten in de rechtszaal en dus kiezen voor de schijnwerpers, mooier zijn dan collega’s die gespecialiseerd zijn in administratief recht. Overigens is ook hier weer sprake van een salarisverschil. De knapperds verdienden vijf jaar na de opleiding 4 procent meer dan gemiddeld, vijftien jaar later was dit opgelopen tot 6,5 procent.
Geldt dat ook voor andere beroepen? Voor het onderwijs? Voor hoogleraren? Krijgen die hogere evaluaties van studenten, puur en alleen omdat ze er beter uitzien? Ja. Al geldt dat vooral voor eerstejaars. Studenten die de docenten langer kennen, laten meerdere factoren meewegen. Een Duitse onderzoeker meende dat de uitkomsten typisch voor Amerikanen waren en nam in Duitsland de proef op de som. De impact van het uiterlijk was minder groot maar nog steeds aanzienlijk.
Waarom maken mensen dan niet meer gebruik van plastische chirurgie, als de voordelen zo groot zijn? De lusten staan niet in verhouding tot de lasten. Elegantere kleding en cosmetica dan? Ook hier geldt, zo wees een onderzoek in Shanghai uit, dat aanzienlijke maandelijkse uitgaven slechts een kleine winst opleveren. Hamermesh concludeert: ugly ducklings generally blossom into ugly ducks.
Misschien moet de overheid een beleid van positieve discriminatie instellen voor de meest lelijke mensen. Daar valt iets voor te zeggen, betoogt Hamermesh. Op de eerste plaats is schoonheid iets wat mensen niet makkelijk kunnen veranderen, net als etnische afkomst en sekse. Bovendien lopen ze een hoop geld mis in een mensenleven, in de Verenigde Staten komt dat neer op een slordige 250 duizend dollar. Meteen een goede reden, om zich aan te melden als lid van de lelijke minderheid.
Toch vindt Hamermesh dit geen goed idee. Bescherming van weer een nieuwe groep gaat ten koste van andere groepen zoals etnische minderheden, voor wie de urgentie groter is. Als rechtgeaard econoom is hij ervan overtuigd dat politieke wil schaars is.
Gedoemd
Aan het eind van zijn lezing probeert Hamermesh een antwoord te vinden op de basale vraag waarom mensen eigenlijk positief reageren op schoonheid. Hij meent dat onze respons op schoonheid een atavisme is, oftewel een overgeërfd kenmerk van onze voorouders die de symmetrie van een gezicht nu eenmaal als hoogste waardeerden. Zal deze eigenschap over honderd jaar zijn verdwenen of nog net zo krachtig zijn als nu? Hamermesh ziet geen aanleiding om te denken dat schoonheid als economische determinant verdwijnt.
Zijn de lelijkerds dan gedoemd om het onderspit te delven? Ja en nee. Ja: ze verdienen hoe dan ook minder dan een collega met good looks. Nee: schoonheid is lang niet de enige succesfactor. Zoals een tijdschrift voor middelbare vrouwen ooit adviseerde: “Make the most of your looks!”