Vorige week vrijdag kregen wij geheel ongevraagd twee lessen in discriminatie. De Hoge Raad heeft bepaald dat de Staat der Nederlanden maatregelen moet nemen om het voor vrouwen mogelijk te maken zich via een plaats op een lijst van de SGP (de Staatkundig Gereformeerde Partij) te laten verkiezen in ondermeer de Tweede Kamer of een gemeenteraad. Dat is wat men tegenwoordig een slimme uitspraak noemt. In het verleden is gebleken dat men in deze kwestie niet de SGP zelf kan dwingen vrouwen verkiesbaar te stellen. Gelijke behandeling mag dan wel het grondrecht bij uitstek zijn van onze rechtsstaat, vrijheid van vereniging, vrijheid van godsdienst en meningsuiting zijn in de samenleving als geheel eveneens onvervreemdbare rechten.
In het geval van de SGP-visie op de vrouw in het leven buitenshuis, botsen deze rechten. Sommige gereformeerde gezindten mogen inderdaad van alles denken dat anderen kunnen bestrijden of negeren. Dat is maar goed ook. Want wat gebeurt er als de SGP vrouwen niet meer mag uitsluiten met voetbalverenigingen die meisjes buiten de deur willen houden, met jongenskoren, met vrouwengroepen? Nee, niet de SGP, maar de regering is nu aan zet in deze principiële kwestie van ongelijke behandeling naar geslacht. Hopelijk geeft de regering deze zaak de lage prioriteit die ze in de huidige crisis verdient.
Scheidsrechter Roelof Luinge is vierenvijftig jaar, een van de beste scheidsrechters van Nederland, heeft zesentwintig jaar ervaring in het betaalde voetbal en slaagt nog steeds voor de vereiste fysieke testen. De KNVB verlengt zijn contract niet terwijl hij kan en wil doorgaan. Zo’n besluit riekt naar leeftijdsdiscriminatie. Natuurlijk kan een werkgever een beleid voeren waarin op andere gronden dan leeftijd geen plaats zou zijn voor werknemers als Luinge. Na enkele dagen commotie heb ik daarvan nog niet gehoord. Luinge overweegt geen gang naar de rechter. Hij wil zijn leven als scheidsrechter op andere wijze voortzetten. Toch zou een oordeel van buiten gewenst zijn. Waarom een scheidsrechter laten gaan, waarvan men weet dat hij risicowedstrijden aan kan? Hoe ouder een mens wordt hoe meer hij verschilt van anderen met eenzelfde kalenderleeftijd. Vierenvijftig jaar ligt in onze vergrijzende samenleving nog geheel in een reikwijdte waarop sommigen kunnen scheidsrechteren. Anderen niet.