In de ideale universiteit van rector Gerard Mols is de eerstejaars student minimaal twintig jaar. “Als je iets ouder bent kun je niet alleen beter de juiste studie kiezen, maar sta je er ook meer volwassen in. De voorbereiding die middelbare school levert, zou wat langer kunnen zijn. Wij zorgen vervolgens dat iemand op zijn 25e goed op de arbeidsmarkt terecht komt.”
De faculteiten zijn in Mols’ ideaal afwezig of naar de achtergrond. “Ik wil denken vanuit de inhoud, niet vanuit de huidige concepten. Dus veel minder disciplinair ingericht, het is meer een eenheid. De nadruk ligt op een brede vorming, met veel aandacht voor filosofie, geschiedenis, sociologie, wetenschapsfilosofie; de traditioneel vormende vakken. Het onderwijs is zo motiverend en inspirerend dat het niet nodig is om de student nog achter de broek te zitten. Studenten die niet willen, horen hier niet thuis. We hebben dan ook geen uitval en ook geen examens. Dat zijn ondingen, die corrumperen. Studenten gaan dan studeren voor de punten, terwijl ze ervan overtuigd moeten zijn dat het noodzakelijk is om hun talenten te ontwikkelen.” Docenten zijn er om het leerproces te begeleiden, vindt hij, en zijn uiteraard “diepgeworteld in het wetenschappelijk onderzoek. Maar het onderzoek hoeft niet per se hier te gebeuren. Dat kan ook elders. DSM leidt bijvoorbeeld weinig bachelors en masters op, maar heeft wel veel onderzoekers in dienst.”
“De Universiteit Maastricht is al een aantrekkelijke universiteit, anders zou ik hier niet al dertig jaar zitten”, concludeert hij. “Ze is overzichtelijk, niet te groot, en de lijnen zijn hier van oorsprong kort. Als een medewerker of student morgen iemand van het college van bestuur of zijn decaan wil spreken, dan kan dat. Wie aan een universiteit werkt, heeft te maken met leergierige mensen. Het is mooi om een bijdrage te kunnen leveren aan de ontwikkeling van hun talenten.”
Mols’ ideale UM heeft echter nog meer in huis. “Het is een intellectuele gemeenschap van studenten en medewerkers die voortdurend met elkaar in gesprek zijn en over de grenzen van hun eigen disciplines heen kijken. Wij moeten de geest scherpen. Op elke plek waar je binnen loopt is er een debat gaande, of het nu gaat over wetenschap, filosofie, sociologie, politiek, de relatie tussen universiteit en samenleving. Er is veel ruimte voor verwondering die aanleiding is voor interessante bespiegelingen: hoe kan het dat een vulkaan het vliegverkeer lam kan leggen? Dat is fascinerend. Het zegt iets over de relatie tussen mens en natuur. Hoe maakbaar is onze samenleving? Hoe kwetsbaar is die maakbaarheid?”
Deze ideale gemeenschap wordt bevolkt door “inspirerende, intellectuele, leergierige mensen. Er is een grote mate van diversiteit onder studenten en personeel, maar we zijn tegelijkertijd een soort familie. We voelen ons met elkaar verbonden en hebben echt een band met onze universiteit.”
Een schepje er bovenop
De kroonluchters in de burgemeesterskamer van het stadhuis op de Markt rinkelen als de deur open gaat. Het glas in lood noemt de namen van de Maastrichtse burgemeesters die Jan Mans – onder andere burgervader in Enschede ten tijde van de vuurwerkramp - voorgingen.
“Voor mij is het heel simpel,” klinkt het ontspannen als hij plaatsneemt aan de vergadertafel. “De ideale universiteit moet excelleren op de terreinen van onderzoek en onderwijs. Als ze op topniveau presteert zullen de studenten vanzelf komen. Daarnaast, dat komt op de tweede plaats, moet de universiteit zich duidelijk manifesteren in de (Eu-)regio en waar mogelijk zaken oppakken en stimuleren. Ik noem een voorbeeld. Ik ben betrokken bij een project dat Parkstad tot een financieel, economisch en administratief centrum wil maken. We hebben daar APG, ABP, het CBS, DSM-pensioenen. Waarom zou Parkstad geen ‘pensioenmekka’ kunnen worden? Hier zou de UM een belangrijke rol kunnen spelen door mee aan tafel te gaan zitten. Vraag een bedrijf als APG aan welke mensen men behoefte heeft? Wat moet de afgestudeerde van morgen kunnen? Haal de goede wetenschappers naar het zuiden en leidt samen met de Hogeschool Zuyd studenten in nieuwe pensioengerelateerde richtingen op. De universiteit doet al wel dingen in de regio, ik denk aan de science campus met DSM, maar er mag nog wel een schepje bovenop.”
Ook in het streven om Maastricht Europees culturele hoofdstad van 2018 te maken, is een rol voor de UM weggelegd, vindt Mans. “We hebben iedereen nodig in de Euregio. Het is meer dan hier een leuke dansvoorstelling en daar een toneelstuk. We moeten breed laten zien wat we op cultureel vlak in huis hebben. De UM kan net als de Charles Eijk Academie en de Hogeschool Zuyd onze denktank versterken. Ze kan haar intellectuele capaciteit en de infrastructuur inzetten. Studium Generale zou een lezingencyclus kunnen organiseren.”
De UM is een oude bekende van de waarnemend burgemeester. “Ik was het eerste buiten universitair lid (de zogenaamde bullen, red.) van de universiteitsraad in de jaren zeventig. Ik werkte toen in Maastricht als adjunct-secretaris van de gemeente. De komst van de Rijksuniversiteit Limburg heeft veel dynamiek gebracht in de stad. Los van het feit dat veel gebouwen een nieuwe functie kregen, hebben de studenten en hoogleraren nieuwe denkramen met zich mee gebracht. Een universiteit is bepalend voor de ontwikkeling van de stad, dat heb ik in Enschede ook meegemaakt.”
De huidige UM hoeft wat hem betreft niet groter te worden. De komst van de vele Duitse studenten juicht hij echter toe. “Eindelijk ontmoeten we elkaar aan beide zijden van de grens in een gemeenschappelijke taal: het Engels. Vaak was en is de taal een barrière voor samenwerking, net als de cultuurverschillen. Geweldig dat jonge mensen elkaar nu in de zelfde taal ontmoeten. Natuurlijk is het prima als ook jongeren uit de rest van de wereld naar Maastricht komen. Maar ik ben al blij dat we zoveel Duitsers binnenhalen.”