Hoofd Studium Generale Jacques Reiners
“De ideale universiteit heeft de ideale student in huis. Die is breed georiënteerd, maatschappelijk en politiek betrokken, geëngageerd.”
Zijn die te vinden in Maastricht? Of helemaal niet? Of te weinig?
“Als ik kijk naar de Nederlandstalige academische activiteiten van Studium Generale, dan zie ik maar weinig studenten. Ze vormen zo’n 15 procent van het publiek. Kijken we naar de Engelstalige programma’s dan is het percentage studenten maar liefst 85. Ook in absolute aantallen is het verschil opmerkelijk. Buitenlanders zijn veel geëngageerder, dat valt ons al jaren op. In die zin is mijn ideale universiteit een internationale universiteit.
“Studenten van European Studies en van het University College zien we het meest. Het zijn vaak buitenlanders die toch een hele stap hebben gezet om naar Nederland te komen. Ze hebben – ik baseer mij hier op verhalen van faculteiten – meer voorkennis, zijn iets ouder, gemotiveerder. Veel Duitse studenten hebben een maatschappelijke stage gelopen, een sociaal jaar tussen hun middelbare school en de universiteit. Ik ben echt een voorstander van zo’n verplichte stage. Een jaar lang werken in een verzorgingshuis bijvoorbeeld. Dat maakt je anders dan anderen; dat geeft je morele bagage.”
Terug naar het programma van Studium Generale. Als er zoveel buitenlanders op afkomen, waarom dan geen volledig Engelstalig programma? “De Engelstalige academische en culturele activiteiten lopen inderdaad erg goed. Maar we willen óók de mensen uit de regio Maastricht bedienen. Vandaar dat we de Nederlandstalige programma’s beslist niet kwijt willen.”
En dan is er toch weer die teleurstelling bij Reiners. “Wij zaaien, maar er is te weinig vruchtbare grond. Nederlandse studenten hebben jammer genoeg te weinig interesse, zijn te weinig betrokken. Ze zitten bij een dispuut of studentenvereniging; dat is hun sociale leven. Hun ideaal is volgens mij vooral een makkelijk en prettig leven. ‘Ik haal mijn bul en that’s it.’ Kijk, bij een lezing van Martin Simek of een discussie met Job Cohen zit de zaal vol, ook met Nederlandse studenten. Maar ja, dergelijke bijeenkomsten zijn natuurlijk slechts de krenten in de pap.”
Is het een ideaal om Studium Generale-programma’s te verplichten? Twee activiteiten in ruil voor een paar punten?
“Daar hebben we het over gehad in het verleden, maar dat vonden de faculteiten toch geen goed plan. Bovendien moet je je afvragen waarom studenten dan komen. Omdat ze echt gemotiveerd zijn of omdat ze alleen maar hun punten willen halen?”
Verder meent Reiners dat de UM anders ingericht moet worden. “Meer kleinschalige Colleges als het UCM, studenten die in (virtuele) gemeenschappen leven, met meer academische, maatschappelijke en culturele activiteiten.”
Tot slot: “Iets dat je overal kunt studeren moet de UM niet meer willen hebben. Geen dubbelingen. We moeten ons profileren met wat ontbreekt.”
Artistiek leider Maastricht Culturele hoofdstad 2018 Guido Wevers
Nederland levert in 2018 de Culturele Hoofdstad van Europa. Dat betekent dat die stad een jaar lang een cultureel programma maakt voor bezoekers uit heel Europa. Maastricht zit in de race, net als Utrecht en onder meer Den Haag. Overigens doet Maastricht het niet alleen. Er wordt samengewerkt met een aantal euregionale partners: zeven steden, vier provincies en een landsdeel. Over vier jaar wordt bekend gemaakt wie de winnaar is. Wevers, directeur van het Theater aan het Vrijthof, is kartrekker van het Maastrichtse programma.
“Mijn ideale universiteit is een plek waar onderzoek gekoppeld wordt aan vragen uit de samenleving. Een plek die kritische massa heeft. In het kader van ons project Culturele Hoofdstad 2018 werken wij nauw samen met de UM.”
Er ligt een plan van het kunstkwartier Quartier des Arts, een samenwerking tussen de kunstvakopleidingen van de Hogeschool Zuyd en de culturele studies van de universiteit. De faculteit cultuur- en maatschappijwetenschappen stelt bovendien een leerstoel Cultuur en Stedelijke Ontwikkeling in die past in het plan om culturele hoofdstad te worden. De gemeente Maastricht en de provincie Limburg financieren de leerstoel. “Een basis voor autonoom onderzoek en tegelijkertijd een goede sparringpartner”, meent Wevers.
“We hebben behoefte aan een theoretisch kader; analyses over wie we zijn, de identiteit van de bevolking, wat de geschiedenis en de toekomst is van dit gebied.” Hij verwijst naar een kunstwerk van Gauguin: D’où venons nous? Qui sommes nous? Où allons nous? “Waar komen wij vandaan? Wie zijn wij? Waar gaan we naartoe? Er is nood aan onderzoek naar ons wezen, naar onze aard, naar onze toekomst. Hierover moet worden nagedacht en daarvoor is een kritische massa nodig; die is bij uitstek te vinden aan de universiteit.”