De onderzoekers hebben hun scepsis vervat in een uitzonderlijk uitgebreid artikel van 47 pagina’s, dat onlangs is gepubliceerd in het gezaghebbende tijdschrift Psychological Review. Het is gebaseerd op literatuuronderzoek waar de auteurs - UM-psychologen prof. Peter de Weerd en Bert Jans, en Judith Peters van het Netherlands Institute for Neuroscience – vijf jaar aan hebben gewerkt.
De twijfels werden in eerste instantie gevoed door onderzoek uit neurofysiologisch onderzoek bij apen, zegt De Weerd. “Daaruit bleek onder meer dat een zenuwcel in de visuele hersenschors niet in staat is om tegelijkertijd informatie van twee verschillende stimuli gescheiden te verwerken. We hebben vervolgens de literatuur tegen het licht gehouden en ontdekten dat veel studies methodologische zwakheden vertoonden. Uit de opzet blijkt dan niet eenduidig of proefpersonen daadwerkelijk hun aandacht splitsen of hun focus razendsnel wisselen.”
De Weerd verwijst ook naar het cocktailparty-effect. “Mensen die te gast zijn op een feest, richten zich op één gesprekspartner. Daar zijn ze goed in. Het lukt maar ten dele om tegelijkertijd andere gesprekken te volgen. Dat blijkt ook uit onderzoek waarbij proefpersonen uit een koptelefoon tegelijkertijd twee verhalen krijgen voorgeschoteld.”
Het debat is al meer dan honderd jaar oud. William James, een van de grondleggers van de psychologie, concludeerde dat mensen hun volledige aandacht slechts kunnen richten op één object. Het dispuut over de splitsing van aandacht is in de afgelopen vijftien jaar opgelaaid. De relevantie is evident. Alleen al in het verkeer. “Als mensen echt in staat zijn om snel veel dingen accuraat en tegelijkertijd te verwerken, dan kun je makkelijk verschillende verkeersborden of andere informatie naast elkaar plaatsen. Wij denken dat dit een verkeerde strategie is.”