Op de foto Kaffee Naovenant waar studentenvoetbalvereniging Red Socks het WK combineert met een borrel. Binnen kan geen mens meer staan; dan maar buiten voor de televisie. De zon schijnt, biertje erbij, oranje hoed, Nederland wint. Wat wil je nog meer? Observant maakte een rondje en interviewde twee studenten en twee medewerkers.
Waar stond afgelopen maandag de televisie niet ingeschakeld op Nederland 1? Studenten doken massaal de kroeg in. Ook in de Maastrichtse universiteitsgebouwen werd gekeken naar de wedstrijd Denemarken-Nederland. Sommige medewerkers moesten er formeel verlof voor opnemen.
In de universiteitsbibliotheek (UB), de mensa in de binnenstad en de rechtenfaculteit was de eerste WK-wedstrijd van Oranje op de voet te volgen. Hetzelfde tafereel speelde zich af in de aula van de Minderbroedersberg en in het Visitors Centre. Toch hapte men niet overal gretig toe. Zo was de tribune van de Bonnefantenstraat 2 bij lange na niet gevuld en ook bij rechten stond er maar een handjevol voetballiefhebbers. De staf van het Maastricht University Office (MUO) op de Berg had er meer zin in. Twee weken van tevoren was er zelfs een uitnodiging per e-mail rondgestuurd met daarin de mogelijkheid om zich in te schrijven voor een voetbaltoto. Als Nederland doorstoomt naar de achtste finale, dan volgt er opnieuw een wedstrijd op een maandag- of dinsdagmiddag onder werktijd.
Aan de UM is er geen algemeen beleid, aldus André Postema, vice-voorzitter van het college van bestuur. “Net als voor personeelsuitjes, borrels en dergelijke ligt de verantwoordelijkheid voor het bekijken van een bijzonder evenement bij de leidinggevende van de eenheid. De ene baas is de andere niet. De directies van onder meer het studentenservicecentrum en de UB vragen de kijkgrage medewerkers verlofuren in te leveren. Wel zo eerlijk, omdat er ook collega’s zijn die niets met voetbal hebben en doorwerken, klinkt het.
Voor de paar uurtjes die de MUO-stafleden doorbrachten in de aula wordt een oogje dichtgeknepen. Hetzelfde gebeurt bij de juridische faculteit. Decaan Aalt Willem Heringa: “Ik ga ervan uit en heb er ook alle vertrouwen in dat mensen die onder werktijd hebben gekeken het werk anderszins inhalen.”
Ook bij de facilitaire dienst doet men “niet moeilijk. We verbinden er verder geen voorschriften of voorwaarden aan”, aldus adjunct directeur Martin Geurts. Bij cultuur- en maatschappijwetenschappen was er geen gezamenlijke activiteit. Waarnemend directeur Andre Koehorst sluit echter niet uit dat “er op de werkvloer hier en daar iemand via het web de wedstrijd heeft gevolgd”.