In 2003 werd Ritzen benoemd voor vier jaar met een optie op een tweede termijn, zodat hij de functie in totaal acht jaar zou bekleden, tot februari 2011. Begin dit jaar liet hij echter weten dat hij nadacht over een derde termijn. De voorzitter van de raad van toezicht, Ad Veenhof, reageerde daarop in Observant met: “Iemand die het goed gedaan heeft, krijgt de ruimte om na te denken.” Hij voegde daaraan toe dat Ritzen een toekomst zowel binnen als buiten de UM overwoog.
Ritzen meldde zijn aanstaande definitieve vertrek aan Veenhof tijdens hun jongste periodieke telefonisch overleg, eind vorige week. De raad van toezicht heeft vervolgens in het weekend besloten deze week met een persbericht te komen. Ritzen zelf was gisteren onbereikbaar voor een eventuele toelichting op zijn besluit. Hij zat een conferentie in Brussel voor.
Over de afwegingen van de collegevoorzitter zegt het persbericht niets. Veenhof: “Ik ken die ook niet. Hij heeft er zelf niets over gezegd, en ik heb er niet naar gevraagd. Zoiets is persoonlijk, vind ik. Ik heb ook niet aangedrongen op een ander besluit. We hebben hem alle vrijheid gegeven om te beslissen en dan moet je dat niet willen beïnvloeden, noch de ene noch de andere kant op.”
Dàt er een besluit van Ritzen zou komen, verbaast Veenhof niet. “Wij hebben afgesproken dat er op 29 juni een voorstel van ons voor een profielschets ligt, dat we dan bespreken met de overige leden van het college, de decanen en ook met de vertrouwenscommissie van de universiteitsraad. Ik kan me voorstellen dat Ritzen voor die datum iets wilde laten weten.”
Ritzen zelf gaf onlangs in verschillende dagbladen te kennen dat hij graag naar het Europees parlement wil. De verkiezingen daarvoor zijn echter pas in 2014. Desgevraagd verklaarde hij toen bij de UM sowieso geen volledige derde termijn te ambiëren. Dat liet ruimte voor een kortere overbruggingsperiode, iets waar hij nu kennelijk van af heeft gezien.
Jo Ritzen was voor zijn komst naar de UM respectievelijk hoogleraar, negen jaar minister van Onderwijs en vier jaar directeur bij de Wereldbank in Washington. Zijn kandidatuur voor het collegevoorzitterschap vaagde alle overige gegadigden van dat moment weg, liet de toenmalige raad van toezicht destijds weten. Binnen de UM lopen de meningen over de manier waarop hij zijn baan vervulde uiteen. Zijn enorme netwerk in politieke en bestuurlijke kringen, zowel binnen als buiten Nederland, en de manier waarop hij die effectief voor deze universiteit wist in te zetten, worden geroemd. Datzelfde geldt voor zijn tomeloze energie. De keerzijde is volgens velen dat hij nogal eens voor de troepen uitloopt en een grote druk op de ambtelijke organisatie en de faculteiten legt. Een man als universiteitsraadslid prof. Wil Foppen spreekt in dit verband van een “chaotische bestuursstijl”.