Met InMosae viert studentenvereniging Circumflex de dies van sociëteit De Kaap. Dit is het derde jaar op een rij dat de kroeg aan de Capucijnenstraat drie dagen lang volledig in het teken staat van één thema. Deze keer: Alle tijd van de wereld.
“Omlopen! Net geverfd!”, staat er op een briefje op de deur. Op de grond ligt een groot stuk karton met daarop een hamer en sikkel geschilderd. Even verderop staat een nog natte nagebouwde kernbom. “Dit gedeelte is de Koude Oorlog”, legt Deborah van den Buijs, voorzitter van de InMosae-commissie, uit.
Het is twee dagen voor de aftrap. Overal in de kroeg zijn leden aan het klussen, sjouwen en verven. Wie straks binnenkomt, loopt door de eeuwen heen. Het begint in de kelder bij de Big Bang en gaat via onder andere de Middeleeuwen, de Verlichting en het computertijdperk naar de toekomst op de zolder. De hele sociëteit wordt aangekleed, tot aan de toiletten toe, en ook de gasten komen gekostumeerd.
De leden van de commissie lopen in en uit de kamer die hun kantoor is voor de komende dagen. “Weet jij waar Anne is?”, vraagt Marit Schouten aan Van den Buijs. “Bel haar even.” “Kan niet, Ruben belt al met mijn telefoon.” Van den Buijs geeft haar eigen telefoon. “Hier, hij gaat al over.” Schouten stormt weer weg.
Een half jaar geleden is het brainstormen begonnen. Eerst een hoofdthema, dan de sub-thema’s. Na de bekendmaking kunnen disputen een plan van aankleding indienen. De leukste ideeën worden uitgevoerd. Toen zijn ook de grote zaken geregeld, zoals de dj’s. “Daar moet je op tijd mee beginnen. Andere dingen, zoals lampen en boxen kunnen ook nu worden geregeld”, zegt Van den Buijs.
Een paar dagen eerder. De groep zit bij elkaar voor overleg. Terwijl de rest zich buigt over het bier-mysterie – het fust van de commissie is leeg zonder dat iemand weet hoe dat kan – komt Roel Ambrosius binnen met grote vellen papier. “De roosters voor de eerstejaars. Ik heb ze een half uur geleden verstuurd en na tien minuten belde er al iemand om te klagen.” De eerstejaars moeten tijdens het feest allemaal een paar uurtjes helpen, ondermeer met de garderobe en muntverkoop. Ruilen van dienst kan, maar moet onderling geregeld worden. “Laten we die even plastificeren”, merkt Pieter van de Meerakker op. “En er ook een paar achter de bar ophangen”, voegt zijn zus Anne er aan toe. “Waarom? Ze kunnen toch hier komen kijken?”, reageert Pieter. “Ja, maar om het makkelijk te maken.”
Volgende punt: de aankleding. De disputen moeten aangeven wat ze nodig hebben om hun decor te maken. “Wil er iemand iets wat niet kan?”, vraagt Van den Buijs. “Een dispuut wil een rookmachine. En we hebben black lights nodig, kan dat?”, zegt Sabine Brink. Van den Buijs kijkt naar Pieter van de Meerakker, die over licht en geluid gaat. “Geen probleem. Hoeveel black lights hebben we nodig?” Ook ander materiaal is besteld. “We hebben tachtig rollen tape en voor 225 m2 stucloop”, vertelt Anne van de Meerakker. “Dat is misschien wat onhandig ophalen op de fiets. Heeft iemand een auto?”
De groep bespreekt het gedeelte waar ze zelf verantwoordelijk voor zijn; de Big Bang. Met zwarte doeken, neonkleurige draadjes en black light willen ze een ruimte-achtig effect creëren. TV’s projecteren een filmpje van de Big Bang. “Hoe hangen we die tv’s eigenlijk op?”, vraagt Pieter van de Meerakker. “Dat wist jij toch?’, zegt Olivier Nijhuis.
Hij praat zelf zijn collega’s bij over de acts. “De dj’s willen een kleedkamer.” “Misschien de commissiekamer”, zegt Van den Buijs. “Oh nee, dat is garderobe.” “Op zolder?”, zegt Nijhuis. “Nee, daar is het rookhok. Nou ja, we vinden wel iets.” “Ze willen ook onbeperkt drank”, zegt Nijhuis. “Geen probleem”, vindt Ambrosius. “Die gasten drinken toch bijna niets.”
Er volgt een discussie over het aantal ventilatoren. Aan de ene kant wil de commissie er zoveel mogelijk om het voor de gasten aangenaam te houden. Aan de andere kant kosten de apparaten tachtig euro per stuk. “Misschien kunnen we eerst de kaartverkoop afwachten”, suggereert Pieter van de Meerakker. “Maar laten we uitgaan van tien.”
Het rooster van de komende week wordt doorgenomen. Van den Buijs: “De disputen kunnen nu al wat klussen, maar volgende week zal het echt storm lopen. Er moet altijd iemand van ons aanwezig zijn om vragen te beantwoorden. Weet ik van iedereen wanneer ‘ie kan?” “Ik heb nog drie toetsen”, zegt Eva Reinders. “Ook donderdag en vrijdag (tijdens het feest, red.)?”, vraagt Pieter van de Meerakker. “Ja.” “Taai.”
Dinsdag, 8 februari. Vandaag om 17.00 uur moet iedereen klaar zijn met klussen. Morgen om 16.00 uur is de openingsborrel, ’s avonds barst het feest los. “We hebben meer geel nodig, er zijn veel meer roze draadjes dan gele”, zegt Anne van de Meerakker tegen Brink met wie ze aan de Big Bang werkt. Ze lacht. “Ik hoop dat we alles op tijd af krijgen. Het kan natuurlijk niet dat we tegen iedereen zeggen dat ze om 17.00 uur klaar moeten zijn en dan zelf nog uren doorgaan. Nou ja, we hebben nog drie uur.”
In het commissiehok zitten Marit Schouten en Olivier Nijhuis. Hij werkt aan een presentatie op zijn laptop, zij naait stukken stof op petten. “Voor de jongens. Het is dezelfde stof als waar onze leggings van zijn gemaakt.” Dan tegen Nijhuis: “Zouden we ergens aspirine kunnen krijgen? Ik heb enorme hoofdpijn. Vanavond stop ik echt op tijd.” “Iedereen, denk ik”, zegt Nijhuis. “Alhoewel, als ik eenmaal een biertje op heb, gaat het wel weer.”
Tijdens het feest zullen zes van de negen commissieleden nuchter blijven. “Per avond heb ik drie mensen aangesteld die mogen drinken”, zegt Van den Buijs. “Niet tot het gaatje, maar gewoon gezellig. Zelf blijf ik alle dagen nuchter. Ik vind het een te grote verantwoordelijkheid, stel dat er echt iets mis gaat. Mijn feestje komt zaterdag wel, bij de bedankborrel.”