“Het woord ‘identiteit’ suggereert eeuwigheidswaarde, iets dat bestand is tegen de tand des tijds en dat kleeft aan groepen. Voor mensen die zich op de identiteit van een volk of regio beroepen - denk aan nationalisten en populisten - is iedere verandering van die identiteit een bedreiging.” Aan het woord is prof. Georgi Verbeeck, verbonden aan de faculteit Arts and Social Sciences. Hij is gespecialiseerd in politieke cultuur en kenner van de geschiedenis van Duitsland.
Eeuwigheidswaarde? Verbeeck grinnikt: “Nationale culturele identiteiten zijn relatief jong, ze zijn aan het eind van de achttiende, begin negentiende eeuw ontstaan, op gang gebracht door de verlichting en romantiek, versterkt op de voorgrond sinds de opkomst van de moderne staat. Ze zijn historisch gegroeid en geconstrueerd door de overheid. Die had met het onderwijs een krachtig middel in handen om vaderlandsliefde op te wekken. Maar ook militaire dienstplicht, geschiedschrijving (wij Nederlanders stammen af van de Bataven en bestaan dus al heel lang) en infrastructuur (zorg dat je ook in de uithoeken van een land kunt komen), dragen bij aan patriottisme. De ondernemende, calvinistische, tolerante en zuinige Nederlander bestaat pas zo’n 200 jaar. Voor die tijd was je nationaliteit geen identiteit bevorderende factor. Je was aanhanger van een geloof, burger van een stad of onderdaan van een vorst. De uitspraak invention of tradition van Eric Hobsbawm past hier goed.”
“Als een nationale culturele identiteit kan ontstaan, dan kan het ook weer verdampen of overgaan in een nieuwe vorm. Na de ernstige botsing van nationaliteiten in de Eerste – en Tweede Wereldoorlog probeert de Europese Unie een Europese identiteit te creëren. Het is opnieuw een constructie, bepaald van bovenaf. Men beslist bijvoorbeeld dat het joodse erfgoed cruciaal is voor Europa, dat Turkije en Rusland niet bij Europa horen, dat Europa zich beperkt tot het continent en Noord-Amerika dus buitensluit, men kiest voor een ‘oud’ en ‘nieuw’ Europa. “Het zijn bestuurlijke beslissingen die ook anders uit hadden kunnen vallen.”
“Ik vermoed dat de oude nationale culturele identiteiten gaan vervagen, maar wij worden niet binnen een of twee generaties Europeanen of wereldburgers. Veel zal afhangen van politici, intellectuelen, opinie- en beleidsmakers. Je ziet op dit moment landen waar identiteiten botsen: het België-gevoel botst met het Vlaamse gevoel, in Spanje heb je Catalonië, in Duitsland houden veel mensen vast aan hun Oost-Duitse identiteit. Verder zie je dat alles verengelst, de communicatie razendsnel gaat, mensen veel reizen, maar tegelijkertijd is de kerktorenmentaliteit ook sterk. Kijk maar naar de media, naar een programma als het Hart van Nederland. Mensen zijn bang voor de globalisering, logisch dat ze dan vertrouwde paden opzoeken.”