Dat alles blijkt uit het jaarverslag 2008 van het ‘bureau vertrouwenspersoon’, de overigens nogal weidse benaming voor deze eenvrouws deeltijdpost. Opvallend element daarin: de zorgwekkende kwaliteit van het management. Want als medewerkers klachten hebben gaat het vaak (33 van de 39) over onheuse bejegening door hun directe baas. Of in het geval van promovendi, die in hoge mate de toename - een verdubbeling zelfs - van de meldingen uit de wp-sector verklaren, hun begeleider.
Het beeld steekt schril af tegen de uitlatingen van André Postema, de man die in het college van bestuur verantwoordelijk is voor personeelsbeleid en een groot voorstander van leiderschapscursussen, vlak voor de zomervakantie in Observant 35. Daar zei hij met nadruk: “Als je het hele beeld neemt geeft men hier op een goede manier leiding. Dat wijzen de evaluaties, ook onder het personeel, uit. Daar mogen we ons gelukkig mee prijzen.”
Vertrouwenspersoon Marloes Rikhof bezigt in haar rapport echter termen als “falend management”, en meldt dat leidinggevenden nogal eens gekenschetst worden als mensen “waar medewerkers last van hebben”. Voor de managers beveelt ze een specifieke cursus aan in het kader van het academisch leiderschapsprogramma. Postema kondigde in het eerdergenoemde interview al aan dat daarin nu, na het topkader, het middenmanagement aan de beurt is. Dat zou in de toekomst wellicht mailtjes met de strekking “ik heb het helemaal gehad met jou” kunnen voorkomen, hoopt Rikhof. E-mail blijkt sowieso een medium dat snel misbruikt wordt voor agressief getoonzette mededelingen. Rikhof suggereert verder dat ook de ‘slachtoffers’ een cursus zouden kunnen volgen om weerbaarder te zijn; een training ‘zelfmanagement’ of ‘omgaan met lastige bazen of collega’s’.
Waar het merendeel van de klachten in hiërarchisch verband ontstaat (intimidatie, machtsmisbruik, arbeidsconflict en combinaties daarvan) is een aantal ervan ook nog eens seksueel getint. Deels gaat dat om ranzig internetgebruik, deels om klachten over ‘seksuele relaties op de werkvloer’. Rikhof: “Daar bedoel ik dus seksuele handelingen mee.”
Ook uit de categorie studenten komen klachten over seksuele intimidatie naar boven. Zo was er een vrouwelijke coassistent die last had van haar opleider. Over coassistenten doen sinds een onderzoek van de landelijke artsenorganisatie KNMG tamelijk wilde verhalen de ronde. De KNMG beweert dat een op de vijf slachtoffer is van seksuele intimidatie. Rikhof betwijfelt dat, “de vraagstelling in hun enquête was heel open”, maar kondigde vorig jaar al aan hier aan de UM de zaak te inventariseren. Dat is er dit jaar enigszins bij ingeschoten, maar nu gaat het er echt van komen, zegt ze. Nog voor het einde van 2009 kunnen de coassistenten een vragenlijst tegemoet zien.
Rikhof maakt in haar rapport nauwgezet onderscheid tussen meldingen en klachten. Formele klachten komen bijna nooit voor: “Ik probeer die te voorkomen want dan is de arbeidsrelatie echt niet meer te herstellen.”
De klacht volgt een officiële weg naar een externe Adviescommissie Ongewenst Gedrag, waarin vooral juristen zitting hebben.
In 2008 was er naast alle meldingen slechts één formele klacht. Rikhof: “Ik heb er in de drie jaar dat ik dit werk doe maar twee binnengekregen.” Veel hoop op succes lijken de klagers echter niet te mogen koesteren. De eerste is ongegrond verklaard, de tweede door het college van bestuur min of meer terzijde geschoven. Rikhof heeft daar in haar jaarverslag een cryptische passage over opgenomen; desgevraagd licht ze een tipje van de sluier op: “De adviescommissie achtte de klacht tegen een van de aangeklaagde medewerkers gegrond en raadde het college een bepaalde lijn van handelen aan. Het college nam dat advies over, maar heeft later toch anders beslist en daarmee het advies overruled. Terwijl in zo’n commissie niet de minsten zitten, onder anderen een oud-rechter.”
Ook collegelid Postema hield zich tijdens een vergadering van een commissie van de universiteitsraad, net voor de zomervakantie, op de vlakte bij vragen over dit punt. “Een beslissing over één medewerker kan consequenties hebben voor een hele groep”, zei hij daar. Rikhof, destijds ook aanwezig: “Ik begreep niet wat hij daarmee bedoelde.”
Van de 48 meldingen kwamen er negen uit de hoek van de studenten, acht bachelors en een masterstudent. Eenderde is van buitenlandse afkomst, en die klachten gaan over discriminatie en ongelijke behandeling. In de praktijk gaat dat echter meer over gefrustreerde verwachtingen, laat Rikhof weten. “Er was een geval bij van iemand die een bindend studieadvies had gekregen en daar niet mee akkoord ging, maar die ook vond dat hij als buitenlander anders werd behandeld. De instanties waar het om ging hebben mij bezworen dat hij juist als ieder ander werd bejegend. Hij vond dat moeilijk om te accepteren. Je ziet ook wel buitenlandse studenten die veel meer begeleiding verwachten dan hier gebruikelijk is. En dan heet het snel discriminatie.”