Maarten Verkerk is bijzonder hoogleraar reformatorische wijsbegeerte bij de faculteit cultuur- en maatschappijwetenschappen, namens de stichting met dezelfde naam.
“Voorop staat bij mij de onafhankelijkheid van universiteiten. En juist waar er maatschappelijke discussie is, is het van belang dat de universiteit daar vanuit wetenschappelijk oogpunt aan bijdraagt. Die vrijheid is een groot goed. Nederland is van oudsher een vrijhaven geweest voor vrijdenkers, Descartes kon hier zijn boek schrijven, niet in Frankrijk. Er moet dus ruimte zijn voor verschillende opvattingen, zelfs als je het er hartgrondig mee oneens bent.
“Bij Ramadans werk voor die Iraanse zender moet je je afvragen of hij er zijn wetenschappelijke integriteit mee te grabbel heeft gegooid. Als dat zo was had de Erasmus Universiteit een punt gehad, maar daarvoor heb ik geen argumenten gehoord. Zo te zien heeft hij de Iraanse overheid niet naar de mond gepraat, heeft hij zelfs standpunten ingenomen die het regime onwelgevallig zijn. Als men zegt dat het regime ondemocratisch en onderdrukkend is, dat mag zo zijn, maar veel universiteiten hebben uitwisselingscontacten met landen in Latijns-Amerika, met Indonesië, China.
“Ramadan is benoemd als hoogleraar identiteit en burgerschap; stel nu dat hij in Rotterdam verkondigt dat ook islamitische vrouwen in Nederland gewoon burger zijn met alle rechten van dien, maar op die Iraanse zender betoogt dat vrouwen thuis horen te blijven, geen politieke verantwoordelijkheden mogen hebben enzovoorts; of als hij oproept dat je je vrouw moet onderdrukken en haar desnoods mag slaan. Dat kan niet, vind ik, dan is je wetenschappelijke integriteit in het geding.
“Er zijn dus morele grenzen. En je fungeert natuurlijk in verschillende sociale verbanden. Je kunt niet iets in het ene verband roepen wat in het andere niet acceptabel is. Integriteit is persoonlijk, die kun je niet opdelen. Als ik me aansluit bij het gedachtegoed van het Vlaams Belang, of hier in Nederland van de PVV, en beweer dat Nederland vol zit en alle vluchtelingen moet wegsturen, dan is dat zó in strijd met alles waar de christelijke wijsbegeerte voor staat dat ik me goed kan voorstellen dat de stichting die mijn leerstoel betaalt zal zeggen: ga maar weg.
“Wat ook belangrijk is: Nederlanders hebben het altijd over tolerantie, maar het is heel makkelijk om tolerant te zijn tegenover iemand met dezelfde opvattingen, of op zijn minst met dezelfde culturele achtergrond. Maar bij mensen die uit andere tradities komen, die fundamenteel andere opvattingen huldigen, daar wordt het een stuk moeilijker. In Rotterdam is de keuze gemaakt om Ramadan in te huren; dan is het belangrijk dat hij zijn mening mag verkondigen. Het is ontzettend goed voor de samenleving dat er ruimte is aan de academie om die thematiek te bestuderen, en ook dat de academie een rol kan spelen in het publieke debat. Essentieel daarin is dat minderheidsgroeperingen hun stem kunnen laten horen.”
Theo van Boven, emeritus hoogleraar internationaal recht
“Ja, ik vind dat de academische vrijheid hier in het geding is. Ik ben nota bene eredoctor aan de Erasmus Universiteit maar ik vind het bedenkelijk dat ze Ramadan heeft ontslagen. Het lijkt sterk op een gecoördineerde actie met de gemeente. De argumenten zijn wat mij betreft niet overtuigend. Ramadan is weliswaar verbonden aan een omroep van de Iraanse staat, maar is hij daarmee ook spreekbuis van het regime? Dat is de vraag waar het om gaat. Zelf ontkent hij dat. Hij zou de ruimte nemen om lastige kwesties aan de orde te stellen.
“Het minste wat een universiteit kan doen is haar hoogleraren op deze momenten het voordeel van de twijfel geven. Afgezien van de innerlijke vrijheid is geen enkele vrijheid onbeperkt, maar een universiteitsbestuur moet wel waken voor de grenzen van de academische vrijheid. Tegelijk is dit gevoelige materie, aangezien het gaat over de relaties met moslims. Angst heeft in de beslissingen een rol gespeeld. Het Wilders-syndroom waait over Nederland en Rotterdam.
“Jaren geleden (in de zedenzaak van jurist Fokke Fernhout, red.) vonden wij ook dat het Maastrichtse college van bestuur te snel en te impulsief handelde. De zaak was nog onder de rechter. We hebben toen een duidelijk weerwoord gegeven. Maar of de kwestie Ramadan in dit opzicht net zo goed in Maastricht had kunnen spelen, weet ik niet.”