Ze is weer terug in Engeland, om precies te zijn in Stoke-on-trent, vlakbij Manchester. Saiqa Riaz (22) studeert rechten aan de University of Huddersfield, zit nu in haar derde bachelorjaar. Vorig jaar bracht ze door als uitwisselingsstudent in Maastricht, aan de European Law School. Wie is Saiqa Riaz?
“Mijn ouders komen uit Pakistan, ik heb er nog veel familie wonen, maar zelf ben ik in Engeland geboren en daar opgegroeid. Een goed gezin, nooit problemen. We zijn moslims, maar ons gezin is niet praktiserend. Dat is bij de meeste moslims zo, bij hen gaat het meer om de cultuur dan om de religie. Dus bij ons thuis geen gebeden, geen hoofddoeken of wat dan ook, zelf was ik ook altijd gekleed als een gewoon Engels meisje, jeans, mijn haar onbedekt. Ik ging rechten studeren omdat ik bij het ministerie van Buitenlandse Zaken wilde werken, in de diplomatieke dienst. Eenmaal student gaf ik me om die reden op voor het Erasmus uitwisselingsprogramma. Als je diplomaat wilt worden is het goed om naar het buitenland te gaan, een andere cultuur te leren kennen en je aan te passen.
“In mijn eerste jaar kreeg ik persoonlijke problemen. Ik voelde me alleen op de universiteit, was niet gelukkig. Toen ben ik me meer in de islam gaan verdiepen en heb op een bepaald moment besloten om regelmatig de gebeden te doen en een hoofddoek te dragen. Dat voelde als the right thing to do. Ik ben er door niemand toe gedwongen, het was mijn eigen keuze. Sterker, mijn ouders en de rest van het gezin schrokken ervan, mijn vrienden ook, maar toen ze eenmaal zagen dat het goed met me ging was het oké, they were happy for me. Nee, ze waren niet bang voor radicalisering of extremisme, ik ben geen agressief type, ben juist een heel vriendelijk, sociaal meisje.”
Bidden
Ofschoon ze een tijdje niet op de universiteit was geweest waren de resultaten goed genoeg om geaccepteerd te worden voor een jaar buitenland in het kader van het Erasmusprogramma. Het werd Maastricht, veel keuze had ze niet omdat Huddersfield maar weinig partneruniversiteiten kent. “En ik heb familie en vrienden in Amsterdam, dat voelde nog wel een beetje dichtbij.”
Op 29 augustus 2008 kwam ze aan, ze kreeg een kamer in het Guesthouse, maakte vrienden in Maastricht. “Het is een leuke kleine stad, heel mooi, zo zie je ze niet veel in het Verenigd Koninkrijk.”
Maar meteen al in het begin drong zich een praktisch probleem op. Waar moest ze bidden? Het gebouw van de rechtenfaculteit aan de Bouillonstraat is groot maar ook overvol, en iets als een gebedsruimte is er al helemaal niet. “Vijf keer per dag bidden is voor ons verplicht. Dat duurt niet lang, vijf minuten, of nee, om precies te zijn drie minuten. Ik doe dat liever in afzondering, niet in het openbaar, dan lopen er mensen langs die zich afvragen wat ik daar doe op de grond, dat vind ik niet prettig.”
Ze benaderde het secretariaat van de decaan. Secretaresse Hilde Krul herinnert het zich nog. “Ze was erg vasthoudend, ik heb mijn best gedaan maar ons gebouw is tot de nok toe bezet. Uiteindelijk was er een mogelijkheid in Tafelstraat 13, ik was erg blij dat ik iets voor haar had kunnen regelen. Ik heb er later ook niets meer over gehoord.”
Maar Riaz was niet tevreden: “Tafelstraat 13 was maar een paar uur per dag open, niet genoeg dus. Ik heb het ook nog op de universiteitsbibliotheek geprobeerd, maar daar waren altijd anderen. Je hebt privacy nodig, en zeker geen mensen van het andere geslacht.”
Bovendien was op 1 september de ramadan begonnen, en dat betekent in deze periode van het jaar vijftien of zestien uur vasten, geen voedsel of drank. Veel energie had ze dus niet, alles waarvoor ze zich buiten het gebouw moest begeven was eigenlijk al te veel.
Al met al vond Riaz de faculteit niet erg behulpzaam. “In Huddersfield zijn er twee gebedsruimtes. Ik verwachtte hier ook zoiets, het is toch een internationale universiteit? Ze hadden me ook een sleutel van een kamer kunnen geven, ik ben in vijf minuten klaar en dan breng ik de sleutel weer terug.”
Spotprent
Het studiejaar 2008-’09 ging verder zonder veel poespas voorbij, ze haalde alles op één blok na, maar dat hinderde haar niet om nu, weer terug in Huddersfield, aan haar derde jaar te beginnen.
Zonder veel poespas, behalve dan toch die ene gebeurtenis, afgelopen mei. Toen zag ze de affiches van Ouranos met een oproep voor een debat over Geert Wilders en de grenzen van de vrije meningsuiting. Daarop de bekende Deense spotprent.
“De affiches vielen me vooral op door het koranvers dat op dat hoofd - met die bom in de tulband - was afgedrukt. Een moslimhoofd met een lange baard en een agressief gezicht. Ten tijde van die Deense cartoonaffaire heb ik altijd vermeden er naar te kijken, ik wist dat het me zou kwetsen en haat in mijn hart zou brengen en dat wilde ik niet. Ook nu probeerde ik het te negeren, maar ze hingen overal in de faculteit. Zelfs in de onderwijsruimtes. Tijdens het blok European human rights hing er een schuin achter de tutor, je kon er niet omheen. Na afloop heb ik hem verteld dat het me kwetste, this upsets me zei ik, hij was vol begrip en vond dat posters mensen niet zouden moeten beledigen. Stuur maar een mailtje naar Ouranos, suggereerde hij. Dat deed ik, ik was er lid van trouwens, maar toen ik vijf dagen later nog geen antwoord had heb ik een kopie van de brief bij de decaan afgeleverd. Toen ik ook daar geen antwoord kreeg heb ik hem naar Observant gestuurd.”
Beledigd
Die publiceerde op 28 mei (zie voor de tekst van de brief www.observantonline.nl). Ze legt erin uit dat ze een streng gelovige moslimstudent is, en dat zij en haar religie door deze poster worden beledigd, dat Ouranos ook wel andere middelen tot zijn beschikking had om mensen naar een debat te krijgen, en dat net deze cartoons toch overal verwijderd (banned) waren, zelfs uit Wilders Fitna-film. Tegen het einde schrijft ze: “.. if there were more muslim students here, I am sure they would also complain, and some would maybe even become violent.”
Ze was erg emotioneel, zegt ze nu. “Boos en teleurgesteld, ik voelde me alleen, alsof iemand me persoonlijk had beledigd”, en dat was merkbaar in de brief: “Die stond vol spelfouten, zo schrijf ik gewoonlijk niet.”
Ze kreeg alsnog antwoord van Ouranos en decaan Aalt Willem Heringa. Vooral de reactie van die laatste viel verkeerd. Heringa maakt duidelijk dat de posters inmiddels zijn verwijderd omdat het debat achter de rug is, dat hij haar zorgen begrijpt maar dat het hier juist om een discussie over vrije meningsuiting ging, en dat het niet verstandig was om zelfs maar te suggereren dat mensen gewelddadig zouden kunnen worden, noch om Ouranos er van te beschuldigen iemands religie aan te vallen. Het is juist de rol van de academie om de discussie over relevante maatschappelijke issues aan te jagen, besluit hij.
Riaz: “Dat stelde me teleur. Hij was niet objectief en hij toonde zich nogal onwetend over de islam. Hij had me ook kunnen uitnodigen voor een debat.”
Heringa laat desgevraagd weten dat hij geen flauw idee heeft hoe Riaz zijn antwoordbrief opnam; een reactie heeft hij nooit gekregen.
Geweld
Maar wat bezielde Saiqa Riaz om te schermen met moslimgeweld? “Dat deed ik niet, ik bedoelde het helemaal niet als dreigement, het verraste me dat het zo werd gezien. Ik wilde erop wijzen dat er in het verleden geweld is gebruikt naar aanleiding van deze cartoons, dat was alles. Ik ben geen extremist, extremisme is verkeerd, ik vind net als iedereen dat het bestreden moet worden. Alleen, je moet een religie niet op haar volgelingen beoordelen, maar op de leer. Er zullen altijd zwarte schapen zijn.”
Toch, zou ze het nu nog zo geformuleerd hebben in haar brief? “Nee, ik zou het nu anders schrijven.”
Ook in de faculteit kreeg Riaz reacties. “Sommige vriendelijk, maar niet altijd, iemand lachte me vierkant uit terwijl ik probeerde serieus uit te leggen wat ik bedoeld had.”
Geenstijl
Maar dat was allemaal nog niets vergeleken met wat er op het internet gebeurde. Observant kreeg na de publicatie van de brief van Riaz een curieus telefoontje van een opgewonden UM-student die meldde dat ze het verhaal naar Geenstijl.nl hadden doorgestuurd en daarmee landelijk onder de aandacht gebracht. Het resultaat mocht er wezen. Waar Observantartikelen op internet gemiddeld 100 tot 200 hits halen, met uitschieters naar 500, werd deze brief van Riaz 34.550 keer aangeklikt. Geenstijl.nl liep binnen twee dagen vol met reacties, 927 om precies te zijn.
De eerste was een lange bijdrage in het Engels van een zekere Brusselmans, die Riaz in niet mis te verstane bewoordingen vertelt dat ze niet moet zaniken over gekwetst zijn, dat dat erbij hoort in een vrije wereld, dat ze narrow-minded en onwetend is en geen gevoel voor humor heeft. Daarna barst de schrijver los over de passage met de geweldsdreiging: “We are not impressed by it. So we just keep on making up stupid jokes about your stupid religion. By all means. That's what we do. Just for the laugh. And that's what your religion, like any religion, deserves: To be ridiculed with funny pictures.”
Brusselmans’ inbreng wordt gevolgd door een stortvloed aan reacties. Allemaal onder pseudoniem (van het genre F. von Zeikhoven; Teun van het Tuinpad; RaerWijf) en de overgrote meerderheid in alle gradaties van grofheid. Er zitten nogal wat PVV-aanhangers bij, en ook studenten van de UM. Niet dat ze altijd goed op de hoogte zijn. Zo is er een zekere ‘Sir Galahad The Pure’ die hier psychologie studeert en maar blijft beweren dat het aan deze universiteit zo langzamerhand begint te krioelen van de “intolerante haatbaarden en hoofddoekjes”, allemaal binnengehaald door “rector magnificus Jo Ritzen”.
Een ander (net als velen in de veronderstelling dat Saiqa Riaz een man is) schrijft: “Fijn hè, moslims op je Universiteit? Weet je zeker dat je gezeur en gedreig krijgt. Ga lekker terug naar je zand-land, man.”
Maar een doodenkele keer zit er een genuanceerder geluid tussen: “Beetje jammer Brusselmans. Die jongen vraagt het gewoon netjes. Ga een grote mond hebben tegen terroristen en niet tegen die ene moslim die wél ambitie toont en doorleert.”
Bombardement
Saiqa Riaz is van de reacties geschrokken, voor zover ze ze kon volgen natuurlijk, want het Nederlands beheerst ze niet. Ze schreef na de zomer opnieuw een brief naar Observant, om het allemaal nog eens uit te leggen. “Het was een bombardement van haat. Je kunt zien dat mensen weinig weten over de islam. Openheid van geest en respect voor andermans gevoelens, waar is dat allemaal gebleven? En hoe zit het met mijn vrijheid van meningsuiting?”
Ze wijst de suggestie dat ze de westerse cultuur niet goed zou begrijpen verontwaardigd van de hand. “Hoezo? Ik ben een Britse moslim, ik ben opgegroeid in het westen.”
Haar ambitie om diplomaat te worden heeft ze intussen opgegeven. “Ik richt me nu op het islamitische recht.”