Een zaterdagmiddag in oktober 1944
Op een zaterdag in oktober l944 stopte een jeep met twee Amerikaanse officieren en een chauffeur tegen de middag voor het gemeentehuis in Margraten. Alleen het loket van de voedseldistributie was nog open. Kapitein Shomon van de 611th Graves Registration Company vertelt dat ze op zoek zijn naar “a place for a field of honour”. Enige aanwezige is ambtenaar Annie Frijnts, dan 21 jaar oud. Ze haalt er een Engels sprekende collega bij, Jef van Laar. Nog diezelfde middag vindt overeenstemming plaats voor de keuze van een stuk landbouwgrond langs de rijksweg Maastricht-Aken. De week daarop beginnen de werkzaamheden. Hoe weten we dit zo precies? Het is de opbrengst van een groots opgezet oral history project. De afgelopen jaren hebben 28 Nederlanders, twaalf Amerikanen en een Duitser zich in totaal tientallen uren laten interviewen over een bijzondere geschiedenis: de totstandkoming van de Amerikaanse begraafplaats Margraten. Vanaf de zoektocht van kapitein Shomon, via de tijdelijke teraardebestelling van meer dan twintigduizend stoffelijke resten tijdens de oorlog of vlak daarna, dan de definitieve begrafenis van meer dan negenduizend Amerikanen in 1948 en 1949, tot en met de definitieve totstandkoming van de indrukwekkende laatste rustplaats in 1960. Met goed verzorgde graven die stuk voor stuk zijn geadopteerd door mensen uit Margraten en Zuid-Limburg. Deze gesprekken zijn op video - voor ieders gebruik - opgeslagen in de nationale archieven. Ter gelegenheid van 65 jaar bevrijding van Zuid-Limburg werden in aanwezigheid van de geïnterviewden in het afgelopen weekeinde twee boeken en een documentaire gepresenteerd.
No one to weep
Na de bevrijding van Maastricht en het Heuvelland vestigde het negende Amerikaanse leger, met een kwart miljoen militairen in Europa, een hoofdkwartier in Maastricht. Men verwachtte snel Duitsland binnen te vallen en daarbij grote verliezen te zullen lijden. In Amerika was plechtig beloofd dat geen enkele gesneuvelde Amerikaan ooit in vijandige grond begraven zou worden. Daarom zocht kapitein Shomon een plaats in de buurt van Maastricht om de stoffelijke resten, al of niet voorlopig, te verzamelen en te begraven. Het blijkt een goede beslissing in een goede zaak, maar met gruwelijke bijwerkingen. Eén van de geïnterviewden is Jefferson Wiggins. In 1925 geboren op een katoenplantage in Alabama. Op zijn zeventiende smokkelt hij een jaar bij zijn leeftijd en gaat in dienst. Tijdens zijn lezing in Centre Céramique vorige week vrijdag, hangt boven zijn hoofd een zonnige foto van zijn militaire training. Derde van rechts zit hij tussen andere zwarte rekruten in een maïsveld. Negers krijgen geen wapens. De meesten komen terecht bij de verzorgende troepen. In november 1944 komt de dan 19-jarige sergeant met een afdeling van 160 rasgenoten in Margraten. Ze moeten per dag met schop en houweel honderden graven opleveren. In de Limburgse löss. Daarin verdwijnen na een eerste identificatie de vaak zwaar verminkte gesneuvelden. Zij worden aangevoerd op trailers die hun last afleveren alsof het boomstammen zijn. The niggers are the diggers.
De zwarten hoeven niet te sneuvelen, maar vuiler werk kan men zich nauwelijks voorstellen. Vanaf het begin krijgen ze hulp van mannen uit Margraten en omgeving, later van werklozen uit Limburg en Duitse krijgsgevangenen. In Margraten heerst ook een paradox: de begraafplaats bracht werk, maar jarenlang ook de confrontatie met de gruwelen van de oorlog. Op een ochtend op de begraafplaats stond Wiggins tussen tientallen doden. Ineens realiseerde hij zich: “No one to weep, no one to mourn.” Misschien is dat erger dan de ellende die je ziet en de stank die in je kleren gaat zitten.
Adoptie, meer dan een bloemetje
Een van de andere geïnterviewden is Else Hanöver. Zij was in 1944, 22 jaren oud, de secretaresse van de burgemeester van Maastricht. In 1945 krijgt deze een brief van een oorlogsweduwe die een foto wil van het graf van haar man. De foto waarop de vrouw van de burgemeester met twee van hun kinderen bloemen legt bij dit graf, haalt augustus 1945 Life Magazine. Honderden brieven volgen. In Margraten ontstaat het idee om elk graf te laten adopteren door iemand uit de omgeving. Else Hanöver neemt in haar vrije tijd en uiteraard niet in haar eentje de beantwoording van de brieven en de organisatie van de adopties op zich. Zo ontstaat een unieke manier om het gebrek aan weeping en mourning te herstellen. En nabestaanden in verband te brengen met de laatste rustplaats van hun dierbaren. Het is niet alleen goed voor de nabestaanden. Voor Margraten zelf is het ook een verwerking van het verleden. Ooit een dorp van twaalfhonderd mensen met twintigduizend ongevraagde immigranten, dode zielen. In 1947 emigreert Hanöver naar Amerika; trouwt zelfs later met de eerste soldaat die ze hier ontmoette. Haar herinneringen aan de oorlogsjaren leveren een mooi boek op dat ook vrijdag jongstleden werd gepresenteerd.