In 1991 studeerde Marjolijn Daverveld af aan in de theorie van de gezondheidswetenschappen waarna ze in de onderzoekswereld terechtkwam. Maar het onderzoek gaf al snel niet genoeg voldoening en dus besloot ze – naast haar onderzoekswerk - cursussen marketingcommunicatie te gaan volgen. “In de jaren ’90 was er niet veel werk in mijn richting. Als er al vacatures verschenen, dan was dat vaak in de Randstad. Maar ik houd helemaal niet van de Randstad, ik heb niet voor niks in Maastricht gestudeerd!”, lacht ze. Ook vroeg ze zich af hoe ze een baan op niveau zou moeten combineren met kinderen.
Uiteindelijk vond ze voor alles een oplossing: ze zou – in het zuiden van Nederland - voor zichzelf beginnen. De formule was snel gevonden: een bul in de gezondheidswetenschappen en ervaring in de marketingcommunicatie levert een communicatiebureau met klanten in de zorgsector op.
Reëlle noemde Daverveld haar bureau. Vanuit haar slaapkamer begon ze rond te bellen naar zorginstellingen en al gauw kreeg ze de ene na de andere opdracht. De combinatie van zorg en communicatie bleek een unique selling point. “Mensen in de zorg hadden vertrouwen in me. Ze dachten niet ‘daar heb je weer zo’n vrouwtje uit de communicatie dat het allemaal beter weet’, maar ‘daar komt iemand met verstand van zaken’.”
Wie de branche kent heeft een streepje voor. “Als wij een folder maken voor een zorginstelling, dan denken we eraan dat we grote letters moeten gebruiken of simpele formuleringen. Veel oude mensen zeggen ‘ik ben mijn bril vergeten’, terwijl ze eigenlijk proberen te verhullen dat ze laaggeletterd zijn, of dat het lettertype te klein is, ook met bril. Wij houden rekening met dit soort dingen.” Reëlle groeide en heeft nu vijf werknemers.
Denken & Doen
“Ik heb in Maastricht de meest filosofische richting gedaan, ik houd erg van denken, maar het nadeel van de academische wereld vind ik nog altijd dat de meeste dingen geen maatschappelijk nut hebben. Mijn scriptie heette niet voor niets Denken & Doen. Maar gelukkig hebben sommige theorieën die ik er geleerd heb wel degelijk praktisch nut. Ik maak elke dag gebruik van het model van Ned Herrmann.” Herrmann onderscheidt vier verschillende denktypes: de logische, de creatieve, de praktische en de sociaal-emotionele; ze zijn allemaal tegengesteld aan elkaar. Meestal ergeren mensen zich aan hun tegenpool, maar volgens Herrmann vullen tegenpolen elkaar juist aan. “Als ik in de praktijk één ding heb geleerd, is het dat ik geen kloontjes van mezelf aan moet nemen, maar juist mensen die totaal anders zijn!”
Anders
De meeste werknemers van Reëlle zijn ook in letterlijke zin een beetje ‘anders’. “Ik maak me sterk voor mensen met een handicap. In het begin stimuleerde ik het vooral bij klanten, maar deed er in mijn bedrijfsvoering niets mee. Toen ik me daar bewust van werd, heb ik besloten om voortaan ook mensen met een beperking in dienst te nemen, zoals bijvoorbeeld Marieke. Ze is een echte vakvrouw (praktisch brein, zij zorgt voor alle ondersteuning), maar ze lijdt aan spierdystrofie. In het begin was dat geweldig wennen. We moesten haar met allerlei kleine dingen helpen, maar iedereen hield het een beetje af. Maar uiteindelijk is Marieke een fantastische collega!”
Maar gehandicapt of niet, Reëlle is een commercieel bedrijf en als medewerkers niet voldoen heeft dat gevolgen. “Soms lig ik daar ’s nachts wel eens wakker van, omdat ik weet dat mijn mensen op andere plaatsen niet zo gemakkelijk aan de slag komen. Maar ja, dat hoort erbij. Ondernemer blijf je altijd, ook ’s nachts als je in bed ligt.”