Het was een geslaagde avond op 8 mei van dit jaar. Anke Verhees (1978, Roermond) organiseerde in Amsterdam haar eerste “Andersom Art Fair” met werk van kunstenaars die ze onder haar hoede heeft. Er waren driehonderd bezoekers, veel meer dan ze verwachtte. “Iedereen was erg enthousiast en bleef ook lang hangen. Alleen is er niet veel verkocht.”
Inmiddels heeft ze geleerd dat ze mensen meer aan de hand moet nemen. “Als je ziet dat iemand iets mooi vindt, dan moet je erop af. De kunstenaars zijn op zo’n avond ook aanwezig, maar die vinden cold calling, zoals ze dat in de reclamewereld noemen, koud op iemand af stappen of bellen, vaak moeilijk. Ik heb een bevriende galeriehouder die me weleens adviezen geeft, ook over de psychology of sales.”
Haar theoretische vorming heeft ze opgedaan tijdens uit haar studie cultuurwetenschappen -specialisatie: visuele cultuur – die ze in 2001 afrondde. “Leuke studie, maar niet erg toegespitst op de arbeidsmarkt. Mijn medestudenten zijn op de meest uiteenlopen plekken terechtgekomen. Valt geen lijn in te ontdekken. De opleiding is een en al theorie, weinig praktijk. Ik heb daarom extra stages gelopen. Daarna heb ik een paar jaar als (freelance) projectmanager gewerkt bij verschillende reclamebureaus.”
In 2006 richtte ze het agentschap Andersom op. Met een nieuw concept, vandaar de naam. Het bureau, dat opdrachten voor met name fotografen en illustratoren binnenhaalt en afhandelt, gaat uit van de kunstenaar en niet van de opdrachtgever. “Dat laatste is wat meestal gebeurt. Een klant wil iets en het bureau gaat op zoek naar de kunstenaar die het kan maken. Ik ga uit van de creatieve kracht van de mensen met wie ik samenwerk, en zoek daar opdrachtgevers bij.” Hoe komt ze aan kunstenaars? Ze kloppen bij haar aan (“de meesten wijs ik af”), komen uit haar kennissenkring (“een CWS-vriendin werkt nu als fotograaf”) of zijn door Verhees gescout (“ik bezoek de eindexamen-exposities van de Rietveld Academie”).
Niet alleen de werkwijze van het agentschap maar ook haar kunstbeurs - in het voorjaar organiseert ze de tweede editie - is anders dan anders. “Laagdrempeliger vooral. Ik ken veel vrienden die weliswaar houden van mooie dingen, maar zich niet thuis voelen in een traditionele galerie, met zo’n eigenaar achter een bureau. Op de Andersom Art Fair presenteer ik het allemaal net zo mooi, is er goeie wijn en fijne muziek, maar zorg ik ook dat mensen zich op hun gemak voelen en bijvoorbeeld makkelijk in gesprek raken met een kunstenaar. Ik heb door de jaren heen een goed oog ontwikkeld voor wat mooi is en wat past in deze tijd. Het assortiment heeft een frisse, positieve uitstraling, al kan het ook verstild zijn. De prijs ligt tussen 500 en 1500 euro en is ook te bestellen via internet.”
Ze kan organiseren, heeft oog voor kunst, maar misschien nog belangrijker: “Ik kan mensen enthousiasmeren. Netwerken, maar dan op een integere manier. Ik zie de hele dag mogelijke links tussen mensen die ik ken of ontmoet. Ik knoop alles aan elkaar, klanten, vrienden, dingen, noem maar op. Ik vind het leuk om werelden bijeen te brengen, om een zekere interactie op gang te brengen.”
Zelf voelt ze zich niet van nature op haar gemak in de schijnwerpers. “Het gaat om de mensen die ik vertegenwoordig. Aan de andere kant kom ik er niet helemaal onderuit omdat ik hoe dan ook dingen wil verkopen. Op zo’n kunstbeurs moet ik dan even over een drempel als ik mensen toespreek. Maar dat gaat iedere keer beter.”
Afgelopen jaren ging het niet altijd over rozen maar nu begint het te lopen. Sinds kort is ze er fulltime mee bezig. Freelance klussen voor andere bureaus doet ze niet meer. Was ze eerst “rijk en niet blij”, nu is “arm en gelukkig”. Want ruim ervan leven lukt nog niet. “Je gaat niet in de kunst om binnen een jaar rijk te worden. Je moet jezelf de tijd geven, een netwerk opbouwen. Ik hoef niet als een raket omhoog te schieten. Fijn idee ook, haalt de druk van de ketel.”
Het zijn niet de meest gunstige tijden voor ondernemers. “Dat is misschien waar maar ik word ook moe van al dat neerwaartse gepraat. Op die manier houden we de ellende in stand. Er is juist behoefte aan inspiratie.” Wat ze laatst merkte: hoe meer vertrouwen ze heeft in wat ze doet, hoe meer goede ideeën er opborrelen. Creativiteit is inherent aan het kunstenaarschap maar ook een ondernemer kan niet zonder, vindt ze.
“Ik heb nog zeker drie goeie ideeën op de plank liggen. Eentje is gericht op het bedrijfsleven. Veel ondernemingen zijn nu aan het moderniseren, ze willen slagvaardiger worden, doen aan verandermanagement, zoals dat heet. Maar ze onderschatten vaak wat het met hun personeel doet als de oude structuur wegvalt. Het lijkt mij interessant als bedrijven zo’n proces ook op een symbolische manier vormgeven. Kunst leent zich daar uitstekend voor.”