Hij zucht, ik frons. “Dit halen we maar weg.” Er gaat een grote streep door het woordje ‘Frans’. “Als je er slecht in bent kun je het er beter niet op zetten.” Ik slik. Thuis aangekomen kijk ik naar mijn met pennenstreken bewerkte CV. “Frans: mondeling slecht, schriftelijk redelijk.” Ik vraag me af of ik bescheiden was toen ik dat scheef. Jean-Paul Sartre komt tevoorschijn. Na zes jaar Frans op de middelbare school moet ik in staat zijn om minstens vijf pagina’s te lezen. En het te begrijpen. Dit laatste blijkt een probleem. Halverwege pagina één erger ik me aan de onbekende woorden die me aangrijnzen. Gelukkig heeft men het woordenboek uitgevonden. Schaamtevol zet ik Sartre terug in de kast als blijkt dat ik zojuist ‘been’ heb opgezocht.
Spreken dan maar. Als meisje van een jaar of tien mocht ik, als we op vakantie in Zuid-Frankrijk waren, ’s ochtends altijd de broodjes halen. Elf jaar geleden kon ik al six croissants et une baguette bestellen dus tegenwoordig kan het alleen maar beter zijn. Dan herinner ik me de laatste keer dat ik Frans praatte. Dit gebeurde in een restaurant in, juist, Berlijn.
Ik geef de moed niet op. Google leert me dat Fort Boyard, een spelletjesprogramma waar we vroeger op vakantie naar keken, nog bestaat. Laten ze nu afleveringen op het internet hebben staan. Met een kop thee en een koekje ga ik er eens goed voor zitten. Met mijn C&M-achtergrond moet er toch iets zijn blijven hangen. Het begint, het fort komt in beeld, het team van zes mensen rent voorbij. De camera switcht van gezicht naar gezicht en vervolgens naar de presentator. Hij begint te praten. Er komen muren met rode bordjes in beeld. Het team knikt aandachtig, de presentator praat nog even door en ineens beginnen ze te rennen.
De tijdbalk geeft drie minuten aan en mijn hersenen hebben welgeteld drie woorden herkend. Ik besluit, om mijn ego niet te veel te krenken, maar niet aan schrijven te beginnen. Nu ben ik nooit een held geweest in die taal (waarom ‘–er’ achter ieder woord als je het toch niet uitspreekt?) maar ik heb het wel met een voldoende afgesloten. Ik pak mijn CV er weer bij. Ik mag die jongen met zijn pen dankbaar zijn dat hij me behoedt heeft voor een genante vertoning. Dan zie ik de regel daarboven: “Duits: mondeling redelijk, schriftelijk redelijk tot goed.”