02 februari 2012
filmpjes
wetenschap
Denken aan invoering van de beruchte fat tax
19-1-2012 - 

De KNAW heeft een agenda van 50 belangrijke onderzoeksvragen. Elke week leggen wij een UM-wetenschapper een vraag voor. Deze keer: prof. Annemie Schols, wetenschappelijk directeur van NUTRIM die antwoorden geeft op de vraag: Hoe verbeteren wij gezondheid, preventie en zorg?

Leren lezen en rekenen
26-1-2012 - 

De KNAW heeft een agenda van 50 belangrijke onderzoeksvragen. Elke week leggen wij een UM-wetenschapper een vraag voor. Deze keer: prof. Leo Blomert, neurowetenschapper, die antwoorden geeft op de vraag: Hoe kan een plooibaar orgaan als het menselijk brein zich ontwikkelen?

 

Ook een wasmachine kan leren
2-2-2012 - 

De KNAW heeft een agenda van 50 belangrijke onderzoeksvragen. Elke week leggen wij een UM-wetenschapper een vraag voor. Deze keer: Jeroen Donkers, kennistechnoloog, die antwoorden geeft op de vraag: Kunnen machines ons helpen kennis te creëren uit bergen informatie?

 

“Martel je data lang genoeg en ze zullen bekennen”
2-2-2012 - 

Eén op de vijftig onderzoekers fraudeert, blijkt uit onderzoek. Maar wat is fraude precies? Data verzinnen is een hoofdzonde. Wat als je eerst de data analyseert en dan een hypothese erbij bedenkt? “Het is niet volgens het boekje maar je kunt zo wel creatieve ideeën opdoen.”

Een televisieprofessor die in God gelooft

3-12-2009 - 

Hij verschijnt frequent bij actualiteitenrubrieken en televisiejournaals, en ook de gedrukte media weten hem te vinden. Weinig stafleden aan deze universiteit doen hem dat na, weinig wetenschappers zijn zo handig in de omgang met de pers. Dat levert wel eens scheve ogen op, en het ‘daar-heb-je-hem-weer’ syndroom, maar ook bewondering. Wie is deze prof. Onno Van Schayck (51), en wat drijft hem? “Het gaat niet om mij als persoon. Dan was ik wel filmster geworden.”

Een UM-portier die gevraagd werd waar de kamer van prof. Van Schayck was, riep ooit: “Wie? O, de televisieprofessor!”

Van Schayck schiet in de lach en kleurt een beetje. “Het zit zo. Een paar jaar geleden kwam hier een visitatiecommissie die ons onderzoeksinstituut, de School for Public Health and Primary Care - Caphri onder de loep nam, en die zei: ‘Jullie zijn heel goed, maar geen mens die het weet en daar moet je wel wat aan veranderen. Vanaf dat moment zijn we de media actief gaan opzoeken. Voorheen werd ik ook wel eens gevraagd, maar dat hield ik dan een beetje af. Nu stimuleer ik de senior-onderzoekers: zodra je iets hebt dat interessant is voor een breder publiek, breng het naar buiten. En als het nodig is train ik ze erin, ik weet wel zo ongeveer wat journalisten vragen.”

Dat kan zijn, maar intussen is het vooral Van Schayck zelf die regelmatig op de buis en in de krantenkolommen verschijnt. Met een onderzoek naar rookgedrag onder Limburgse scholieren, of over het aanstaande anti-rookvaccin, of over de gevaren van fijnstof, noem maar op.

Prof. Nanne de Vries, die samen met Van Schayck enige tijd interim-directeur van Caphri was: “Hij komt het meest in de media van ons allemaal. Ik weet niet of je dat mediageilheid moet noemen. Het is meer geldingsdrang, denk ik. Hij heeft een missie, en dat is om dit instituut, met zijn meer dan 400 medewerkers, in de schijnwerpers te zetten. Je hebt ook de plicht om wetenschap naar buiten te brengen, vind ik, en hij is daar goed in. Voor het overige zucht hij er zeker niet onder, hij vindt het leuk.”  

Longarts Geertjan Wesseling is programmaleider bij Caphri en werkte in het verleden samen met Van Schayck in het faculteitsbestuur van geneeskunde: “Het is een kwestie van kansen benutten, het openbare debat durven voeren. Onno wil dat graag, hij treedt ook graag op de voorgrond, maar zoiets moet je ook willen, het is belangrijk. En hij wauwelt niet hè, hij heeft een enorme dossierkennis. Een enkele keer beweegt hij zich op terreinen waar hij minder sterk is. Roken, epidemiologie, daar weet hij alles van, maar hoe het in de spreekkamer van de dokter toegaat, dat kun je beter aan de dokter zelf vragen. Niet dat hij dan wartaal uitslaat hoor.”

Je moet er ook wel een beetje geschikt voor zijn, zegt Wesseling. Zelf werd hij twee keer door Pauw & Witteman gevraagd, “maar dat doe ik niet, ik kan niet in dertien seconden vertellen wat eigenlijk dertien minuten vergt. Dan ga ik af, en daar heb ik geen zin in. Onno kan het wel, hij is goed in one-liners. En hij zet er Maastricht en Caphri mee op de kaart.”

Dat, zegt Van Schayck, is inderdaad zijn bedoeling: “De journaals van de NOS en RTL 4, die zijn belangrijk. In het begin knipten ze het er wel eens uit als ik de naam Caphri liet vallen, dan baalde ik als een stekker. Tegenwoordig stel ik als voorwaarde dat de naam wordt genoemd, en nu doen ze het ook. Vergeet niet dat er een strategisch belang mee gemoeid is. Maastricht ligt excentrisch, en de Randstaduniversiteiten spelen elkaar allemaal de bal toe, in commissies, bij NWO. Die verdelen de buit. Dus moet je als perifere universiteit zorgen dat je zichtbaar bent, zodat de beslissers je niet over het hoofd zien. Dat geldt net zo goed voor masterstudenten, die kiezen voor bekendheid. Reken maar dat zo iemand als de viroloog Osterhaus, een briljante man, mensen naar Rotterdam heeft getrokken.”

 

Filmster

Maar Van Schayck weet ook wel dat je het niet moet overdrijven. Onlangs nog vroeg minister Klink van Volksgezondheid hem om in Nieuwspoort de voorlopige resultaten te presenteren van een onderzoek over het verband tussen het horecarookverbod en minder acute hartdood in Limburg. Klink had een week later een debat in de Tweede Kamer. Van Schayck: “Ik heb lang nagedacht, maar ik vind de gegevens nog niet robuust genoeg, het onderzoek moet nog wat langer lopen.”

Toch komt hij niet altijd met gerijpte verhalen in de media, merkte zijn kompaan Wesseling: “Soms presenteert hij de conclusie al als het onderzoek nog gedaan moet worden, zoals met het nicotinevaccin, dat stond al in de krant voordat de subsidies waren toegekend. Je kunt het enthousiasme noemen, een ander spreekt wellicht van opportunisme; het zal er wel tussenin liggen.”

Van Schayck gelooft zelf niet dat hij ooit te snel naar buiten is getreden. “Het is soms moeilijk, maar ik vind dat ik het zorgvuldig doe. Probleem is wel dat de berichtgeving ongenuanceerd kan zijn. Die journalisten leer je selecteren. De lui die alleen nieuws willen maken; daar neem ik de telefoon niet meer op. Goede wetenschapsjournalisten zoals bij NRC Handelsblad zijn altijd welkom, die schrijven ook niet op wat jij per se wil, ze plaatsen het in een groter kader en ze weten dat de Lancet vorige maand net weer iets anders beweerde: het is een plezier om met hen te werken.”

Hoe zit het nu met die ijdelheid? Van Schayck: “Die is me niet vreemd, als onderzoeker, maar het gaat me niet om mijn persoon. Een voorbeeld: niet lang geleden bleek dat ik wereldwijd de meest geciteerde onderzoeker op mijn gebied was. Daar wilden ze hier bij Caphri een persbericht van maken, dat heb ik tegengehouden, dan gaat de aandacht veel te veel naar jou als persoon. Als ik dat had gewild was ik wel filmster geworden.”

 

Onderzoekspaus

Een goed gevuld zaaltje ergens achter in het gigantische Leeuwenborgh-complex aan de Sibemaweg. Het is 2 november, de Maastrichtse actiegroep Kloar Loch (schone lucht) heeft een middag belegd om over de aanstaande ondertunneling van de A2 te praten. Een mooi project, ook uit het oogpunt van vermindering van de luchtvervuiling, maar dan moet de vieze tunnellucht straks wel gefilterd worden, vinden ze. Want anders krijgen de mensen die bij de tunnelmonden wonen straks alsnog de volle - zelfs dubbele - laag. De gemeente voelt er echter niets voor om het project weer aan te passen en nog duurder te maken, vandaar deze bijeenkomst met gemeenteraadsleden en leden van Provinciale Staten, plus wat buurtbewoners.

Ook Onno Van Schayck is aanwezig. Hij staat voor 15.30 uur geprogrammeerd met een praatje over ‘De noodzaak om de rook uit de tunnel af te vangen’. De voorzitter van Klaor Loch, Paul Rutten, kondigt hem aan als “de auctor intellectualis van de tunnelluchtzuivering, en een belangrijke onderzoekspaus bij de Universiteit Maastricht”. Van Schayck moet er om lachen en begint ontspannen aan zijn verhaal. Dat hij tien jaar geleden bij de presentatie van de plannen voor de A2-tunnel was. Dat daar drie redenen voor zo’n tunnel werden gegeven, het economisch belang, de leefbaarheid van de stad, en de gezondheid van de bewoners. Maar dat eigenlijk alleen de eerste twee redenen serieus werden behandeld. “Ik zakte door mijn stoel! De gezondheidsbelangen van de bewoners worden niet goed verdedigd. Nog altijd niet, want de politiek zegt dat de modellen aantonen dat er geen luchtvervuiling zal zijn. Terwijl we weten dat er vaak grote verschillen zijn tussen modellen en feitelijke metingen.”

In de pauze wordt hij aangesproken door een gemeenteraadslid. Of meneer Van Schayck mee wil denken over de beste manier om de raad alert te krijgen als het over de luchtkwaliteit in Maastricht gaat. “Dat hoeft u niet zelf te doen, misschien heeft u mensen in uw netwerk. We willen ook voorkomen dat er gezegd wordt: daar heb je die Van Schayck weer, begrijpt u wel?’”

Van Schayck begrijpt het. Hij komt meteen met een mogelijke naam en belooft andere door te zullen geven.

Paul Rutten later: “Hij is zeer toegankelijk. Niet van: ho ho, ik ben de professor. En hij kan op een fantastische manier heel ingewikkelde dingen heel eenvoudig uitleggen. Maar hij bewaart wel enige afstand tot ons als actiegroep, hij loopt niet zomaar achter onze mening aan, zijn wetenschappelijke onafhankelijkheid bewaakt hij goed.”

 

Strategisch

Na een studie biologie en later epidemiologie in Wageningen (“daar heb ik wetenschappelijk leren denken”) kreeg hij een promotieplaats bij huisartsgeneeskunde in Nijmegen. “Ik wilde iets met de eerste lijn doen, dat omvat 85 procent van de gezondheidszorg, als je daar iets kunt verbeteren bereik je veel.” Hij werd er in 1996 hoogleraar, combineerde die plaats drie jaar met een hoogleraarschap extramurale gezondheidszorg in Maastricht en stapte toen definitief over. Zijn topics zijn roken en fijnstof.

“In Nijmegen zat ik erg in het COPD-onderzoek, luchtwegaandoeningen. Maar 95 procent daarvan ontstaat door roken. En een op de twee rokers gaat eraan dood, terwijl het dus vermijdbaar is. Bovendien zijn nog eens tachtig andere ziektes aan roken gerelateerd. Redenen genoeg om daar mijn aandacht op te richten. Ik ken de verslaving uit eigen ervaring, ik heb tussen mijn 16e en mijn 24e een pakje per dag gerookt. Ik draaide nieuwe sjekkies van peuken in de asbak.”

Als directeur van het Maastrichtse onderzoeksinstituut voor huisartsgeneeskunde Extra kreeg hij in 2001 de opdracht om te fuseren met het gezondheidswetenschappelijke zusterinstituut Health, destijds onder leiding van prof. Guy Widdershoven, die vorig jaar overstapte naar de Vrije Universiteit Amsterdam. In het daaruit resulterende Caphri deelden ze het directeurschap. Widdershoven: “Die fusie lag voor de hand, en over strategische zaken dachten we ongeveer hetzelfde, hoe je het terrein van de volksgezondheid, Public Health, moet benaderen. Onno heeft sowieso een goed strategisch inzicht, weet hoe je op ontwikkelingen moet inspelen. Zo’n nicotinevaccin, daar moet je maar opkomen. En vervolgens is hij in staat om partijen bij elkaar te krijgen, ook de farmaceutische industrie die zo’n vaccin toch moet ontwikkelen. Subsidies binnenhalen, onderzoekers stimuleren om dat te doen, de krachten bundelen, daar is hij goed in.”

Maar het bundelen van krachten wil ook zeggen dat individuele koninkrijkjes soms moeten sneuvelen. Bij Caphri heerst sinds vorig jaar een nieuw financieel regime, dat de budgetten niet meer bij de individuele onderzoekers legt maar bij de onderzoeksprogramma’s. Het hoofd van het bedrijfsbureau van Caphri, Astrid Frissen: “Dan moet je die onderzoekers gaan vertellen dat ze zelf geen financiële beslissingen meer mogen nemen. Daar zijn ze niet altijd blij mee, en als je dan geen directie heb die achter je staat, heb je als beheerder een probleem. Onno steunt me daarin.”

 

Onrecht en gedraai

Sinds 1 september is Onno Van Schayck niet meer ad interim maar de echte directeur van Caphri. Het faculteitsbestuur wenste niet op voorhand een van beide interim-directeuren (aangesteld na het vertrek van Widdershoven) Nanne de Vries en Van Schayck, door te schuiven; voor De Vries maakte dat niet uit, die wilde de baan niet, maar voor Van Schayck lag dat anders. Er volgde een internationale wervingsronde, die door sommigen als een motie van wantrouwen aan Van Schaycks adres werd gezien. Geertjan Wesseling: “Dat zie ik niet zo. Het illustreert juist de ambitie die het faculteitsbestuur met het instituut heeft. En het pleit voor Onno dat hij toch weer bovendrijft, hij overleeft een internationale werving, en ik denk niet vanwege een gebrek aan goede kandidaten.”

De Vries: “Deze procedure past ook bij hem. Als er hier bij Caphri een vacature voor een docent is, wordt er open geworven. Hij is allergisch voor vriendjespolitiek.”

En, kan daaraan toegevoegd worden, hij is zo mogelijk nog allergischer voor oneerlijkheid, voor onrecht, voor gedraai. Toch is dat precies wat hem overkwam, zegt hij, toen hij in de nasleep van de grote bezuinigingsronde (2003) bij geneeskunde, het beruchte Actieplan III onder leiding van decaan Harry Hillen, zijn co-directeursfunctie tijdelijk neerlegde. Caphri had tekorten, en hem werd verweten dat die in zijn eigen onderzoeksprogramma waren ontstaan. Van Schayck wil er eigenlijk helemaal niet meer over praten, de affaire heeft hem diep gekrenkt. “Er werd een beeld geschetst dat het een rotzooitje was binnen het instituut, en dat dat vooral door mij kwam. Ik had inderdaad tekorten in mijn eigen programma, maar ik waakte er juist voor om die te vermengen met de eerste-geldstroombegroting van Caphri. Voordat ik daar ging bezuinigen moest ik eerst mijn eigen sores oplossen. Dat heb ik gedaan.” (Wesseling: “Dat gebeurde heel zorgvuldig, studies en publicaties van de onderzoekers werden ontzien.”)

Van Schayck: “Er zijn toen streken met me uitgehaald, het was onethisch en principieel onjuist van de toenmalige faculteitsbestuurders, maar ik ben niet uit op wraak, en ik hoef het ook niet op te rakelen om mijn recht te halen. Destijds is het al een openbare ruzie geworden op de voorpagina’s van Observant. Dat was schadelijk voor iedereen. “

 

Domineeszoon

Zijn afkeer van onrecht en oneerlijkheid heeft hij niet van een vreemde. Zijn vader was vlootpredikant bij de marine, doopsgezind, “de liberale tak van het protestantisme”. Onno werd geboren in Nieuw-Guinea, verhuisde op zijn derde naar Nederland, waar zijn vader later ‘industriepredikant’ werd in de Zaanstreek. Een domineesgezin dus, waar “een hoog ethisch besef en eerlijkheid belangrijk waren. Geen blad voor je mond nemen, open discussiëren, dat heb ik daar geleerd. Ik was gelovig, werd er later kritischer over, en in mijn studententijd heb ik een tijdje geleefd alsof er geen God was, dat beviel me goed maar toen ontmoette ik een meisje dat een heel levende relatie met God had.”

Hij was erg van haar onder de indruk, vertelt hij met een glimlach – pas later in het gesprek wordt duidelijk dat ze zijn vrouw is geworden. Hoe dan ook, “door haar ben ik toen weer tot het geloof gekomen. Het bepaalt hoe ik met mensen omga. Bijvoorbeeld als ze je streken leveren, reageer je dan vanuit je onderbuik of probeer je je in te leven? Ook in de wetenschap en als directeur is het mijn leidraad. Kijk, wetenschap is ongelooflijk competitief, het gaat vooral om winnaars, en ook ik wil dat het instituut tot de top behoort. Maar in een School van zo’n 430 mensen heb je natuurlijk niet alleen maar winnaars. Dan probeer je mensen zo te stimuleren dat ze tot goede prestaties komen. Aandacht geven, oog hebben voor de problemen, daar gaat het om. En als het niet lukt met iemand, dan zeg je: we gaan je helpen om te kijken waar je wel tot je recht komt.”

Ook zijn melange van wetenschappelijk en maatschappelijk engagement vindt zijn wortels in het geloof: “We moeten verantwoord omgaan met de schepping, maar we maken er een rotzooitje van. Dus als ik bestuurders hier in Maastricht op hun verantwoordelijkheid kan wijzen dat ze iets moeten doen aan de fijnstofproblematiek, in die A2-tunnel en elders, dan zal ik dat niet laten.”

 

Dit is de eerste aflevering van een onregelmatig verschijnende serie over Maastrichtse wetenschappers die veelvuldig de publiciteit halen

Sluit venster
Verzend
specials  |   paarltjes  |   rss  |   UM agenda  |   contact  |   adverteren