De Vlaamse Jill Lobbestael is universitair docent bij de vakgroep Clinical Psychological Science. Al sinds haar studie geestelijke gezondheidskunde aan de Universiteit Maastricht is ze bijzonder geïnteresseerd in persoonlijkheidsstoornissen en dan met name in de narcistische en antisociale varianten. Haar invalshoek is woede, een vrij onontgonnen onderzoeksgebied, vindt ze. “Over depressie, verdriet en angst is veel geschreven. En dat terwijl woede juist iets is waar veel mensen bang voor zijn. Bovendien is woede vaak de trigger die antisocialen aanzet tot crimineel gedrag.”
Haar proefpersonen vond ze in een tbs-kliniek die vol zit met mensen die niet alleen een misdrijf hebben gepleegd, maar ook lijden aan een psychiatrische ziekte of stoornis. “We wilden woede opwekken en dachten aan twee manieren: negatieve bejegening en woede-interviews. Bij het eerste stelde de ethische commissie nogal wat vraagtekens. Het is vrij onethisch om mensen rechtstreeks aan te vallen, ze uit de tent te lokken met opmerkingen als ‘Nou mijnheer, u doet het niet goed, u verstoort het hele onderzoek, u krijgt uw vergoeding niet’. Bovendien is het ook niet zo veilig. Daarom hebben we voor woede-interviews gekozen.” Lobbestael ging zelf met haar proefpersonen aan tafel zitten. “Ik ben therapeutisch opgeleid en wist hoe ik te werk moest gaan.”
Koele woede
Waar heeft u zich wel eens boos over gemaakt, luidde de vraag die ze stelde. “Iedereen kon zich wel iets herinneren: ‘Die en die heeft me wat gekloot’ en ‘Die buurman heeft me toen en toen gepakt’. Daar gaan we op in, we vragen naar details, hoe het voelde, wat hij had willen doen, et cetera.” Liepen de emoties nooit zo hoog op dat iemand met gebalde vuist van zijn stoel opstond? “Nee, bovendien konden ze moeilijk opstaan. Hun lichaam zat beplakt met elektroden. Bang was ik niet. Ze zouden mij toch niet in elkaar slaan, ze waren boos op iemand of iets anders.”
En wat blijkt na tal van interviews en computertaken? Als ‘normale’ mensen boos worden, gebeurt er vanalles: de bloeddruk stijgt, het hart gaat sneller kloppen, de uitdrukking van het gezicht verandert, men gaat sneller praten. Bij Lobbestaels proefpersonen pakte het anders uit. Ja, ze zag dat ze boos werden en dat gaven ze ook aan. Maar wonder boven wonder bleven de lichamelijke reacties uit. Dus geen versnelde hartslag. “Ze zijn heel koel, gecontroleerd.” Tegelijkertijd barst er in hun hoofd wél een storm los. Dat concludeerde ze uit de zogeheten impliciete associatietest waarin de proefpersonen ‘ik’ aan ‘woede’ moesten koppelen. “Hun cognities hebben een veel sterkere assocatie met woede. En op dit punt, dat van de informatieverwerking, moeten we iets gaan temperen, zodat ze een volgende keer niet meer over de schreef gaan en een misdrijf plegen.”
Lobbestael wil haar onderzoek uitdiepen en schrijft momenteel een voorstel voor een veni-subsidie van onderzoeksfinancier NWO. Overigens werd ze voor bovenstaand onderzoek, samen met zeven andere Nederlandse wetenschappers, genomineerd voor de Prijs van Wetenschap en Maatschappij 2009. De hoofdprijs ging naar de Leidse hoogleraar Eveline Crone en haar onderzoek naar hersenprocessen van pubers. Lobbestael treurt niet, want kort daarvoor ontving ze van de Niels Stensen stichting een stipendium voor haar gerelateerde onderzoeksvoorstel over agressie bij narcisten. Volgend jaar vertrekt ze voor een paar maanden naar de universiteit van Florida om er onderzoek te doen. Dan zijn niet de antisocialen, maar de narcisten haar studieonderwerp. “Er zit veel overlap tussen deze twee persoonlijkheidstoornissen.” Maar, even tussendoor, iedereen is tegenwoordig toch een beetje narcistisch? “Ja, de trekjes variëren van mild tot extreem. Pas als er sprake is van een hele range van extreme kenmerken en je er zelf (of je omgeving) ook last van hebt, spreken we van een stoornis. Narcisten hebben een opgeblazen gevoel van eigenwaarde, maar onbewust hebben ze vaak een heel sterk gevoel van minderwaardigheid, van onzekerheid. Er is dus een discrepantie tussen wat je ziet en wat er zich in het hoofd afspeelt. We noemen dit een voortuin-narcist. Het tegenovergestelde type narcist lijkt heel bescheiden maar vindt zich stiekem fantastisch. What you see, is not what you get.”