Vorige week kwam een onderzoek in het nieuws over de huidige generatie Nederlanders. Wie na 1986 is geboren en de jaren des onderscheids heeft bereikt, behoort volgens de uitkomsten tot de grenzeloze generatie. De leden zijn gefocust op uiterlijkheden, kunnen niet zonder kicks, ze lenen zich ongans voor een nooit eindigende consumptie, en ze netwerken erop los via internet en hun mobieltjes. De grenzelozen zijn de kinderen van de verloren generatie, geboren in het tijdvak 1956-1970. Als kinderen groeiden die op in de jaren zestig en zeventig. Voor kinderen betekende dat waarschijnlijk een hoop malligheid. Als jonge volwassenen kwamen ze onder leiding van de kabinetten Lubbers in een krimpende arbeidsmarkt terecht. Nu hebben de gelukkigen onder hen de top van de samenleving bereikt. Als ouders hebben ze vaak geen grenzen gesteld in de opvoeding van hun kinderen. Alles was immers goed gekomen. Geld was overal te koop.
In de laatste zinnen ga ik verder dan de onderzoekers voor hun rekening zullen nemen. In de krantenberichten ligt uiteraard de nadruk op de uitkomsten van de huidige generatie. Het aardige van het onderzoek ligt in de aansluiting aan een al heel lang lopende studie over opeenvolgende generaties. Gestart door de Utrechtse socioloog Wippler. Ooit was er een vooroorlogse generatie. Plichtsgetrouw, spaarzaam en berustend. Tot hun verbazing mochten ze na 1945 Nederland opbouwen. Een speciale generatie is die geboren tussen 1931 en 1940. Als kind overkwam hen de oorlog. Zij vormen de stille generatie. Velen hebben schaarste, angst en onzekerheid meegemaakt. Zoals u al begrijpt ben ik een van hen. In de benaming van de generaties komen we er slecht vanaf. Wij zijn de stillen, onze kinderen de verloren generatie en onze kleinkinderen de grenzeloze. We zijn afgunstig op de alternerende generaties met mooiere namen: de babyboomers van vlak na de oorlog die de protestgeneratie vormden en financieel de jackpot wonnen. En dan hun kinderen van rond 1980 uit de pragmatische generatie, opgegroeid in het volledige bouwwerk van sociale voorzieningen. Wij stillen, verlorenen en grenzelozen voelen ons tekort gedaan!