24 juni 2010
filmpjes
maastricht
Leefregels voor studenten Orleansplein
24-6-2010 - 

In de wijk rondom het Orleansplein, Brusselsepoort-Oost, hebben bewoners samen met studenten een protocol opgesteld met leefregels. Aanleiding is de overlast die studenten veroorzaken.

Geen extra geld, toch meer MUSL-personeel
24-6-2010 - 

Een voorstel van de centrale informatiemanager (CIO) René Kocken om na het debacle met het elektronische studentenvolgsysteem MUSL de ‘nullijn’ te verlaten en meer deskundig personeel aan te stellen bij de diensten, vooral het studentenservicecentrum, is afgewezen. Er komen nu interne verschuivingen.

Uitbraak bof onder Maastrichtse studenten
24-6-2010 - 

In verschillende Nederlandse studentensteden zijn de afgelopen maanden onder studenten tientallen gevallen van bof geconstateerd. Ook in Maastricht is er een toename. De GGD Zuid-Limburg heeft acht meldingen gekregen. Het echte aantal zal hoger liggen, want niet ieder meldt zich.

Oefenen op snelheid
24-6-2010 - 
Trainen voor de disputenroeidag van Saurus
Philip Driessen, Marc de Haan, Bram de Hollander
Oud-rector Job Cohen maakt kans minister-president te worden

“Natuurlijk is hij premierwaardig”

18-3-2010 - 

Dat Job Cohen binnenkort wellicht minister-president van dit land wordt, verrast de drie kompanen met wie hij enige tijd deze universiteit bestuurde geenszins.  Karl Dittrich: “Hij heeft gezag, uitstraling, politiek inzicht en samenbindend vermogen. Natuurlijk is hij premierwaardig.”

Job Cohen en de UM

Marius Job Cohen (1947) kwam in 1981 vanuit de Leidse universiteit naar Maastricht om de juridische faculteit uit de grond te stampen, werd hoogleraar op een speciaal voor hem gecreëerde leerstoel en later, in 1991, rector magnificus.

Twee jaar later vertrok hij naar Den Haag om er bij wijze van invaller staatssecretaris van Onderwijs te worden onder minister Jo Ritzen, maar na afloop keerde hij terug en pakte het rectoraat weer op. In ’98 vertrok hij definitief uit Maastricht, nu om staatssecretaris van Justitie te worden. In 2001 werd hij benoemd tot burgemeester van Amsterdam, een functie die hij afgelopen weekend neerlegde nadat zijn partijleider, Wouter Bos, het stokje aan hem overdroeg.

In het college van bestuur werkte hij samen met Loek Vredevoogd (voorzitter), Karl Dittrich (derde lid, later voorzitter), Hans Philipsen (derde lid).

Voorzitter van het college van bestuur was in 1991 Loek Vredevoogd, Karl Dittrich was het ‘derde lid’ - een functie die tegenwoordig is opgewaardeerd tot vicevoorzitter. Cohen was rector. De heren komen nog steeds jaarlijks een keer bij elkaar, met de echtgenotes. “Heel gezellig”, zegt Vredevoogd. Zag hij destijds al het potentieel van Cohen? “Nee, toen nog niet, rector was zijn eerste grote bestuurlijke functie. Hij zei zelf dat hij pas na een half jaar doorhad hoe het allemaal in elkaar zat. Dat zegt iets over hem, hij is niet iemand van: dat doe ik wel even.”

Vredevoogd was destijds nog lid van het CDA en kende de toenmalige minister-president Ruud Lubbers. Toen halverwege de regeerperiode van diens derde kabinet er een nieuwe staatssecretaris van Onderwijs werd gezocht en de PvdA na wat omzwervingen met Cohen op de proppen kwam, kreeg Vredevoogd een telefoontje van Lubbers: “Hij vroeg wat het voor man was, hij kende hem helemaal niet. Ik had niet meteen een antwoord, wilde nadenken. Job was actief in de PvdA, maar was hij hier echt geschikt voor? Ik heb toen een briefje gestuurd, beste Ruud, Job is een goede bestuurder en een voortreffelijk man, maar volgens mij geen politicus. Dus behandel hem een beetje voorzichtig.”

Vredevoogd was kennelijk iets te benauwd, erkent hij nu, want “vervolgens bleek Job het uitstekend te doen in Den Haag”.

Hans Philipsen nam in die periode het rectoraat van Cohen over om later, na diens terugkeer, in het college te blijven als derde lid. Het was een periode van stuivertje wisselen, want Vredevoogd was in de tussentijd door staatssecretaris Cohen tot collegevoorzitter in Leiden benoemd. Dittrich schoof door naar de Maastrichtse voorzitterszetel.

Philipsen: “Wat me bij Job als rector toen trof: hij kan goed zijn mond houden, is zeer discreet, en ik kan je zeggen: dat is in bestuurlijke kringen een zeldzame eigenschap.”

Als rector is Cohen niet bijzonder opgevallen, zo valt te lezen in de artikelen die in de jaren negentig aan hem in dit blad werden gewijd. Dat vond hij zelf allerminst een probleem. Cohen in 1997, vlak voor zijn vertrek: “Toen ik begon zei Loek Vredevoogd tegen mij: ‘Wees verstandig, weet wat je wilt bereiken en streef daarnaar’. Maar ik wist helemaal niet wat ik wilde bereiken. En ik zou ook niet weten wat ik hier heb bereikt. Er zijn weinig dingen die je rechtstreeks aan mij kunt toeschrijven. Ik was een radertje, en dat vind ik prima.”

Zijn relaxte stijl van besturen werd door sommigen wel eens een beetje te gevonden. Studenten in de U-raad klaagden erover dat hij zijn stukken niet altijd kende. Dat fenomeen herkent Philipsen. Grinnikend: “Laat ik het zo formuleren: hij wist zijn tijd goed in te delen. Karl en ik zetten hem destijds wel eens voor het blok. Dan was er een bespreking met anderen en dan zeiden wij: laat de rector maar als eerste zijn mening geven. Daar redde hij zich wel uit hoor, hij weet altijd wel wat de principiële kant van een zaak is, of hij begint met wat extra informatie te vragen. Hij is niet op zijn achterhoofd gevallen.”

 

Geen knieschot-type

Het nieuws van Cohens lijsttrekkerschap was nog geen dag oud of rechts Nederland sleep de messen al. Cohen is te soft, hij is zwak op financieel-economisch vlak, hij debatteert niet sterk. Om met dat laatste te beginnen, Dittrich: “Job is Job, ik vind dat hij het goed kan, vooral als het om de inhoud gaat. Hij verliest zich niet in oneliners.” Vredevoogd en Philipsen steunen die visie. Vredevoogd: “In dat Nova-debat met Hero Brinkman van de PVV, die hem een slechte en laffe burgemeester noemde, zag je aan zijn ogen dat hij ongelooflijk boos was, maar hij hield zich in en hij gaf die hufter van een Brinkman een doodklap met zijn uitsmijter: ‘Uit uw mond is dat een compliment.’ Dat was soeverein.” Ook de huidige UM-collegevoorzitter Jo Ritzen kent Cohen goed: hij was begin jaren negentig PvdA-minister van Onderwijs en haalde Cohen naar het departement. Ritzen: “Job is een uiterst geslepen debater. Hij maakt zijn punten met perfecte timing, is kort en krachtig, ontwapenend ook, omdat hij zich niet verliest in holle retoriek.”

Het gebrek aan financieel-economische kennis? Dittrich: “Zijn die anderen daar dan zo sterk in? Balkenende, Rutte, Pechtold, Halsema, Roemer, Wilders? Ik dacht het toch niet.” Vredevoogd: “Nou, Balkenende was vroeger wel financieel woordvoerder van zijn fractie. Job zal zich er goed op moeten voorbereiden.” Ritzen: “Job is geen cijferman, geen econoom en hij vindt dat stuk van het beleid ook zeker niet het meest aantrekkelijke. Daar zal hij toch een mentale toer in moeten maken, wil hij een komend kabinet met succes kunnen leiden. Maar ik heb er geen twijfel over dat hij die toer kan maken.”

Een softie dan? Dat eeuwige ‘de boel bij mekaar houden’? Dittrich: “Nou, je loopt echt niet over hem heen hoor.” Philipsen: “Hij is geen knieschot-type, hij zoekt eerder het overleg dan de confrontatie. De boel bij elkaar; zo is hij als persoon, zo gaat hij met mensen om. Toch wonderlijk dat je tegenwoordig als fatsoenlijk mens een streepje tegen hebt. Als rector kon hij zeker optreden, als er weer eens iets was met een hoogleraar of een lastige decaan, dat komt elk half jaar wel voor, dan greep hij in.”

Het is ook zijn weinig uitgesproken karakter dat aan het - voor sommigen - softe imago bijdraagt. Cohen zei er zelf in ’97 dit over: “Het audi et alteram partem zit bij mij in de genen. Ik hoor de een aan en denk: daar zit wat in. Dan komt de volgende met zijn opvatting, en daar zit dan ook wat in. Ik vind zelden iets helemaal onzin, of heel goed. Mijn standpunten cirkelen altijd rond het midden, mijn mening is gepolijst.”

Voor zijn oude kameraden is die houding juist waardevol. Vredevoogd: “Hij heeft in Leiden een keer de Cleveringa-lezing gehouden, en recent nog een lezing over Mandela. Dat zijn indrukwekkende, doorwrochte verhalen. Hij denkt diep na, over democratie, over vrijheid, de houding tegenover vluchtelingen. En hij brengt zijn twijfels naar voren, toont zijn kwetsbaarheid.”

De vraag is natuurlijk of Cohen het daarmee in de arena tegen lieden als Geert Wilders gaat redden. Campagnevoeren is iets anders dan een lezing geven. Dittrich: “Ik denk niet dat hij er elke dag geweldig van gaat genieten, maar ik zie het hem wel doen. Hij zal luisteren en zich vooral op de inhoud concentreren.”

Philipsen: “Hij kan Wilders afstoppen, zorgen dat die geen meerderheid krijgt.”Vredevoogd: “Wilders stoppen, dat kan niemand op het moment. Daarvoor is de groep te groot van mensen die zich bedreigd voelen, die angstig zijn. Vergis je niet, hier in Den Haag zijn echt hele wijken die door allochtonen beheerst worden, dan heb je makkelijk praten als je daar niet woont. Aan de andere kant, als burgemeester van Amsterdam benoemde hij dat probleem, hij pakte het aan. Ik hoop dat het hem lukt, straks in de debatten, en dat hij zich niet mengt in het gekift en het moddergooien.”

 

Sluit venster
Verzend
specials  |   paarltjes  |   rss  |   UM agenda  |   contact  |   adverteren