Ze was een meisje van 14 toen ze op eigen houtje de gemeentegids doorbladerde op zoek naar toneelverenigingen. Ze koos er eentje uit, belde voor een afspraak en ging op bezoek. Nu is de tiener van weleer 36 maar nog steeds zit ze bij dezelfde vereniging: De Vriendenkring. Het is een van de pakweg tien amateurgezelschappen van Maastricht, opgericht in 1952.
Er gaat geen voorstelling voorbij of Rosanne Janssens, ict-medewerker van de faculteit psychologie en neurowetenschappen, kondigt die aan op haar deur: kamer 5.743, UNS 40. Nu hangt er een oud affiche, van het stuk Vrouw zeuk boer dat eind vorig jaar te zien was. Vier voorstellingen in het gemeenschapshuis in Amby, voor vijfhonderd bezoekers. Een groot succes, zegt ze. Collega’s waren er ook. Zo’n tien in totaal. Allemaal Maastrichtenaren of op zijn minst Limburgers, gelet op de titel van het stuk.
Het behoeft geen uitleg dat Vrouw zeuk boer gebaseerd is op het bekende tv-programma. Alleen draait hier alles om een boer in wie slechts twee vrouwen zijn geïnteresseerd. Een van de twee is zonder dat ze het zelf wist, opgegeven door haar buurman, die haar dolgraag ziet vertrekken. En de ander doet mee vanwege een weddenschap met haar man, nadat die haar had toegebeten dat ze toch geen andere man kan krijgen. Janssen speelt presentatrice Yvonne Jaspers. De boer kiest op aandringen van zijn moeder voor het meisje dat is aangemeld door haar buurman. Drie maanden later, zo blijkt tijdens Vrouw zeuk boer extra, is hij er met de buurman vandoor.
“Als je eenmaal aan toneel begint, kom je er niet meer vanaf”, zegt Janssen, die ook secretaris van De Vriendenkring is. “Het groepsgevoel is heel sterk. Ik denk dat die hechte band voortvloeit uit de onderlinge afhankelijkheid. Je hebt elkaar nodig op het toneel, ook al is de rol nog zo klein. Tegelijkertijd kan het knallen, vooral naarmate het optreden nadert. Dan kunnen de zenuwen weleens hoog oplopen en wordt er gehuild, gescholden, noem maar op. Het zijn toch allemaal types met een zeker temperament, die ook nog eens graag op de voorgrond treden. Ze staan niet voor niets op de bühne.”