De website www.epo.be mag klinken als een doping-portaal voor achterop geraakte Belgische wielrenners, maar wie verboden stimulerende middelen verlangt moet zijn heil toch elders zoeken. Epo is een uitgeverij die doet wat ze moet doen: boeken uitgeven. En boeken verkopen, waaronder Op naar de eindstreep (2009). Dit werk verschijnt als een van de eerste treffers als je ‘Katja Verbruggen’ googlet.
Ze werkt als docent Nederlands bij het Talencentrum en heeft het boek, bedoeld voor Duitsers die Nederlands willen leren, geschreven samen met collega Henny Taks. De uitgeverij verwachtte dat het drie jaar zou duren voordat de eerste druk over de toonbank zou gaan, en wat gebeurde: binnen één jaar uitverkocht. Niet dat ze al kan stoppen met werken, zegt ze, maar toch mooi dat het boek in de smaak valt. Alle universiteiten in Nederland gebruiken het inmiddels.
De ervaring leert dat Duitse UM-studenten al na twee à drie dagen groepsles Nederlands kunnen praten en geen toevlucht meer hoeven te nemen tot het Engels, zegt Verbruggen. “Na vier weken kunnen ze een serieuze discussie voeren over het huren van een woning of over de opwarming van de aarde. De abstracte onderwerpen komen als laatste.”
Er bestond eigenlijk geen geschikt leerboek voor Duitsers om Nederlands te leren. “Toen hebben Taks en ik de stoute schoenen aangetrokken. In zo’n boek hoef je bijna geen aandacht te besteden aan grammatica, want die wijkt nauwelijks af van het Duits. Wel aan de werkwoorden, en aan ‘valse vrienden’. Dat zijn woorden die op elkaar lijken maar totaal verschillende betekenissen hebben. Tafel bijvoorbeeld. In het Duits is dat een reep en geen tafel.”
Vreemd genoeg hebben Duitsers weinig moeite met d’s en t’s, zegt Verbruggen. “Zullen en zouden vinden ze moeilijk. Opvallend is dat ze soms fouten maken in de woordvolgorde. Dan zeggen ze: morgen ik ga naar huis. Terwijl het Nederlands op dit punt niet afwijkt van het Duits. Ik denk dat ze in de war raken door het Engels.”