Wat een enthousiaste keynote spreker al niet vermag. Het publiek kreeg tijdens de opening van het academisch jaar, afgelopen maandag in het Theater aan het Vrijthof, een heel wat onderhoudender verhaal voorgeschoteld dan het de afgelopen jaren gewend was, met verve gebracht door een Britse historica die haar wetenschappelijke sporen heeft verdiend maar ook bij de televisie furore maakte. Bettany Hughes (helaas tweemaal aangekondigd als Bettany Huge; ze liet het zelf flegmatiek passeren) presenteerde in hoog tempo haar visie op de universiteit van de toekomst, die zal moeten overleven in een wereld waar mensen chips in hun vingertoppen geïmplanteerd hebben gekregen waarmee ze het wereldwijde web letterlijk onder handbereik hebben. Een universiteit die in staat dient te zijn om vanuit academische kennis de samenleving ‘verhalen’ te vertellen die het juiste perspectief bieden. Dat de islamitische wereld bijvoorbeeld een enorme bijdrage heeft geleverd aan de moderne wetenschap in de tijd dat Europa zelf haar ‘donkere’ middeleeuwen doorworstelde. “Stel het succes van de islam tegenover het zelfbeeld van veel jonge moslimmannen, in zowel het Midden-Oosten als Europa, die zichzelf alleen maar als slachtoffer kunnen zien”, spoorde ze het publiek aan.
Maastricht en haar universiteit kregen onmetelijke lof toegezwaaid. “Jullie kunnen”, besloot ze enigszins schertsend, “de navel, het Delphi van de wereld worden”. Ze refereerde daarbij aan de filmpjes die deze middag tijdens de muzikale intermezzi op een groot scherm werden geprojecteerd, waarbij concentrische cirkels vanuit Maastricht Europa overspoelen en uiteindelijk een fel licht vanuit de Limburgse provinciehoofdstad de wereldbol omarmt.
Die muzikale intermezzi waren deze keer helaas niet alleen maar een genoegen. Of het nu Haydn, Mendelssohn-Bartholdy, Bartók of Beethoven was, het universiteitsorkest kon letterlijk de juiste toon niet vinden. En dat terwijl het na jaren van ingehuurde professionele musici deze keer eindelijk weer eens was uitgenodigd om de opening op te luisteren. Aan goede wil lag het niet, zegt orkestlid Marjan van Ooij naderhand: “Dit is een verkeerd moment in het jaar voor ons. Er zijn veel leden weg en de nieuwe zijn er nog niet bij. Dan heb je eigenlijk versterking van andere musici nodig.” Het publiek toonde zich echter niet al te kritisch en klapte gul, net zoals het deed bij de intocht van de cortège, de stoet van hoogleraren die telkenjare van over het Vrijthof het pand binnenschrijdt. Niet zonder gevaar als de zaal eenmaal is bereikt overigens. Bij de intocht maakte rector Mols een schuiver op een gemiste trede, bij het vertrek wisten ook andere hoogleraren ternauwernood rechtop te blijven. Niet iedereen is even handig met een toga die tot over de schoenpunten reikt. Overigens werd dit jaar het absolute dieptepunt bereikt waar het de participatie van hoogleraren van andere faculteiten dan de FHML betreft. Afgezien van de decanen (voor wie het een verplicht nummer is) leverde rechten één professor aan de stoet, economie een handjevol, terwijl noch van psychologie noch van cultuurwetenschappen meer dan een enkeling ge-togaad kwam opdagen. Verder blijkt ook de wijze waarop het hoofddeksel gedragen wordt allesbehalve centraal te worden geregisseerd. Waar de een de baret aandrukt als een Franse Baskenpet, trekt de ander het ding omhoog totdat er iets als een mini-koksmuts, zij het zwart, op het hoofd verrijst.
Hoe dan ook, het was de laatste opening waarbij collegevoorzitter Ritzen de leiding had. Het was onder zijn bewind overigens dat de academische opening werd verplaatst naar het theater en de cortège tot vast onderdeel van de ceremonie werd; voorheen kwam die alleen maar in actie bij de diesviering in januari.