Bijenbergen
Met zo’n 180 soorten wilde bijen mag Maastricht zich de ‘bijenhoofdstad’ van Nederland noemen. Toch staat ook hier het leefgebied van de insecten onder druk, de steeds vaker opduikende ‘bijenhotels’ ten spijt. Deze houten, bovengrondse nestelplekken bieden voor de meeste soorten namelijk geen soelaas: zij graven hun broedkamertjes in de grond.
Om ook deze ‘tunnelgravende’ bijen te hulp te schieten, plaatste het Centrum voor Natuur- en Milieueducatie (CNME) afgelopen tijd verspreid door Maastricht tien bijenhotspots: heuveltjes opgebouwd uit verschillende grondsoorten en ingezaaid met diverse inheemse bloemen – voor ieder wat wils.
Één daarvan verrees op UM-terrein. Oorspronkelijk op braakliggend terrein in Randwyck, maar hier moest de heuvel plotseling wijken voor de komst van nieuwe studentenwoningen, zo liet projectleider Peter Alblas van het CNME eerder aan RTV Maastricht weten. De al gestorte grond werd daarop naar een grasveld naast Oxfordlaan 55 verplaatst. Vorige week kende de hotspot zijn voltooiing met het inzaaien van de bloemen. Het nanoscopie-team van instituut M4I (faculteit Health, Medicine and Life sciences), dat op deze plek graag de lunchpauze doorbrengt en eerder dit jaar ook al fruitbomen plantte, bood daarbij een helpende hand, in de vorm van een bijzonder teamuitje.
Tabak ruimt peuken op
Ook in Maastricht is het een probleem; ondanks het rookverbod op alle terreinen liggen er rondom de universiteitsgebouwen toch nog vaak peuken op de grond. Vaak net buiten de rookvrije zones. Gingen hier in de faculteitsraad van rechten ideeën rond als het kopiëren van een Zweeds systeem waarbij kraaien getraind worden in het oppikken van uitgetrapte sigaretten, in Rotterdam heeft een student aan de Erasmus Universiteit het heft in eigen hand genomen schrijft universiteitsblad Erasmus Magazine.
Masterstudent Enoch Tabak (what’s in a name) speurt iedere vrijdag tijdens zijn lunchpauze de grond af. Meestal heeft hij na een half uur een kleine boodschappentas vol peuken verzameld. “Het is een subtiele manier om mensen te attenderen”, legt Tabak uit. “Deze non-verbale communicatie is veel effectiever dan direct commentaar als ‘stop daarmee’ of ‘doe dit of doe dat’. Soms praten we te veel en doen we te weinig.” Hij moedigt de rest van de gemeenschap aan om ook mee te doen.
Eerste proefschrift over muzikanten in orkest
Een proefschrift over orkestmusici, dat was nog niet eerder gedaan. Jurist Heather Kurzbauer verdedigt het hare deze week aan de Universiteit van Amsterdam. Daarin beschrijft ze hoe financieel kwetsbaar orkesten en vooral de freelance-musici die erin spelen zijn. Iets waar ze zelf ervaring mee heeft, vertelt Kurzbauer aan universiteitsblad Folia.
Zelf speelde ze als violiste in het Radio Kamer Filharmonie totdat dit in 2013 volledig werd wegbezuinigd. Met de vertrekpremie (het bedrag is niet bekend) financierde ze haar eigen onderzoek naar hoe zoiets kan gebeuren. Allereerst is er het neo-liberaal economisch denken; kan dit niet efficiënter, kostenbesparender? “Maar de kunstsector is moeilijk efficiënter te maken. Een symfonie van Beethoven die je met veertig man speelt in veertig minuten, zal je nooit kunnen uitvoeren met twintig man in twintig minuten.”
Dan is er de kwetsbare positie van de musici, die vaak veel moeten werken voor weinig geld en regelmatig schijnzelfstandige zijn – ze doen hetzelfde werk als iemand met een vast contract, maar voor minder geld. “Zelfs een conservatoriumtopper moet met schnabbels de huur bij elkaar timmeren.” Dat moet dus beter, maar daarvoor moeten ook de muzikanten zelf in actie komen, zegt Kurzbauer. “Vier dagen naar Bolsward om te spelen voor tweehonderd euro, zonder reiskostenvergoeding? Ik zeg, blijf thuis en word lid van de vakbond, die vecht hiervoor. Anders kunnen we het systeem niet veranderen.”