“Zelf spaghetti maken lukt inmiddels wel”

“Zelf spaghetti maken lukt inmiddels wel”

Eerstejaars over hun verwachtingen en wat daarvan is uitgekomen

11-01-2023 · Achtergrond

Vrienden maken zal vast makkelijk gaan, de studie zal interessant maar zwaar zijn en voor het eerst in jaren weer fietsen? Dat moet lukken. Toen deze studenten afgelopen zomer naar Maastricht kwamen hadden ze allerlei verwachtingen en dromen over hoe hun eerste jaar eruit zou zien. Observant vroeg hen wat er tot nu toe van is uitgekomen.

“Ik zou wel op kamers willen, maar het is best duur”,

vertelde Jana Willekens, student Arts and Culture aan de Faculty of Arts and Social Sciences (FASoS), begin september. Dus zou ze op en neer blijven reizen tussen Maastricht en haar moeders huis in Bocholtz. Inmiddels heeft ze een oplossing gevonden: een antikraak-appartement. Maar, in Heerlen, dus de reistijd blijft. Ze baalt dan ook nogal van haar rooster dit blok. “Ik heb om 8.30 college en dan pas om 16.00 onderwijsgroep. Tussendoor naar huis gaan heeft geen zin dus ben ik van 7.30 tot 19.30 weg.

Die lange dagen combineren met de rest van haar bezigheden, valt Willekens tegen. “Tijdens mijn tussenjaar vorig jaar ben ik begonnen aan de vooropleiding van het conservatorium. Ik doe zang en piano. Daar ben ik mee verder gegaan, maar ik haal de lessen ’s avonds vaak maar net. Ook ben ik dan moe en heb ik meestal nog niet gegeten. Vorig jaar ging ik echt vooruit, maar nu heb ik niet meer het gevoel dat ik het beste uit mezelf haal.” Ook haar bijbaantje – in de namiddag bijles geven aan middelbare scholieren – schiet er vaak bij in. 

Ze hoopt dat ze in de volgende periode een beter rooster heeft en meer rust kan vinden. “Misschien moet ik zelf ook niet zo stressen. Er is ons verteld dat de studie veertig uur per week kost, als ik daar niet aan kom, dan voel ik me schuldig. Tijdmanagement heb ik ook nog niet helemaal onder de knie, in plaats van iedere dag een beetje doe ik vaak een paar dagen heel veel. Daardoor ontspan ik niet echt als ik eens een keer op de bank zit.”

Met haar studiegenoten kan ze het goed vinden, al is haar groepje vriendinnen niet meer compleet. “Tijdens de INKOM leerde ik twee meisjes kennen, later kwam er nog iemand bij. Twee van ons spreken Frans, twee Nederlands, maar nu is het andere Nederlandse meisje gestopt met de studie. De overgebleven twee schakelen nu vaak over op Frans, daardoor voel ik me er een beetje buiten vallen.”

 

“Bij Saurus kan ik een nieuwe sport uitproberen, feest vieren en Nederlands leren.”  

Matthew Ellis, geboren in het Verenigd Koninkrijk, opgegroeid in Zuid-Afrika en in Maastricht om Econometrics and Operations Research te studeren, dacht dat hij behoorlijk wat tijd bij de roei- en gezelligheidsvereniging zou doorbrengen. Dat valt een beetje tegen. “De studie kost meer tijd dan ik had gedacht, ik heb veel andere interesses en het is twintig minuten fietsen. Dat is eigenlijk niet zo ver, maar als je na het roeien en feesten nog terug moet is het toch een drempel.”

Over dat fietsen gesproken, voordat hij naar Nederland kwam had Ellis in geen twaalf jaar op een fiets gezeten. Hoe gaat dat? “Behoorlijk goed. Ik heb zelfs al fietsend wat kussens en schilderijen vervoerd.” Ook op andere manieren heeft hij zich goed aangepast aan het studentenleven in Maastricht. Al mist hij wel de luxes van een schoonmaker en een afwasmachine van thuis. “Mijn kamer is redelijk netjes. Het kan wel beter, maar ik doe mijn best.”

Die kamer, dat was nog even stressen aan het begin van het jaar. Enkele dagen voor de INKOM kwam hij aan in Maastricht. “Ik was zelfs nog nooit in Nederland geweest. Ik had de maanden ervoor in Engeland gewerkt en mijn moeder gevraagd om te helpen bij het zoeken naar een kamer. Ik kon hier in onderhuur voor drie maanden, terwijl de bewoner op uitwisseling was, maar ik had de kamer nog niet gezien. Het had net zo goed oplichting kunnen zijn.”

Integendeel, Ellis trof er een leuk huis en kan zelfs langer blijven. “Ik had al een andere kamer gevonden, ook weer tijdelijk en in België. Toen bleek dat iemand hier in huis wegging en ik zijn kamer kon overnemen. Die is nog groter ook!”

 

“Ik heb geen behoefte om op kamers te gaan”,

klonk het tijdens de INKOM bij Selina Blom (bachelor Econometrie) en Bram Daemen (bachelor Data Science and Artificial Intelligence). Dat was ook niet noodzakelijk: beiden komen uit Maastricht. Na een half jaar studeren zijn ze niet van gedachten veranderd en wonen ze nog steeds thuis. “Ik heb wel rondgekeken, maar toen ik de huurprijs van kamers zag, dacht ik: het is wel goed zo”, zegt Daemen. En ook nieuws over hoge energiekosten of schurft in studenthuizen schrikt af, zegt Blom. “Dan blijf ik liever thuis: daar is het gezellig en het is op loopafstand van de universiteit. Later kan ik nog lang genoeg op mezelf wonen.”

De twee kennen elkaar van de middelbare school en trokken tijdens de INKOM samen op. “De meeste klasgenoten gaan in andere steden studeren of nemen een tussenjaar; aan de UM kennen we vrijwel niemand”, vertelden ze toen. Nieuwe mensen leren kennen, was dus het devies, al zou dat niet bij een studentenvereniging gebeuren. “Op twee keer per week drinken of ontgroeningen zitten we niet te wachten.”

Daar staan ze nu nog steeds achter. “Kijk maar naar het hele gedoe tijdens de ontgroening bij Tragos, daar wil ik niet bij horen”, zegt Blom. Nieuwe vrienden maakte ze vooral bij haar opleiding en studievereniging. “Met name veel internationals. Met mijn ‘oude’ vrienden heb ik minder contact, die zie ik alleen af en toe nog in het weekend.” Daemen spreekt zijn vrienden van de middelbare school vaker. “Vooral online. We praten dan met elkaar tijdens het gamen.” Dat laatste bleek ook een goed middel om medestudenten te leren kennen. “Ik ben lid geworden van e-sportvereniging MSEA Peritan. Ik ben niet zo’n makkelijke prater, dus voor mij is spellen spelen een fijne manier om mensen te leren kennen.”

Het studeren gaat hen goed af. “Het is fijner dan de middelbare school. Je hebt meer vrijheid, terwijl je iets doet dat je interessant vindt”, klinkt het. Bovendien kost de studie minder tijd dan verwacht, merken ze allebei op. “Ik heb nog genoeg tijd om mijn favoriete sporten op tv – Formule 1, het WK voetbal, basketbal – te volgen. Dat geeft aan dat het niet te druk is”, vertelt Blom. “Op onze middelbare school werd ons voorgehouden dat het heel zwaar zou worden, waardoor we het misschien wat overschat hebben”, zegt Daemen. “Al heb ik ook weer niet het idee dat ik te weinig doe, ik vind dit tempo prima.”

 

“Het Nederlandse weer is beter dan ik had verwacht”,

liet de Australische William Hellawell (bachelor Business Engineering) zich tijdens de tropische INKOM ontvallen. Inmiddels zijn we een paar maanden verder en ligt het kwik zo’n dertig graden lager. “Het weer heeft zijn ware aard laten zien”, lacht Hellawell. Niet dat hij dat heel erg vindt. “Als kind woonde ik een aantal jaar in Italië, dus ik was al een beetje ‘geëuropeaniseerd’. Ik heb al plannen om te gaan skiën. Maar ik kijk ook wel weer uit naar de lange, mooie zomer.”

Hellawell koos voor een studie in het verre Maastricht omdat hij “toe was aan iets nieuws”. Een juiste keuze, zegt hij nu. “De goede verhalen die ik over Maastricht hoorde, blijken te kloppen. Een fijne stad. Al weet ik wel al dat ik in mijn derde jaar op uitwisseling wil naar Australië, zodat ik dan weer even thuis kan zijn.”

En ook de studie bevalt goed. “Hoewel ik er misschien nog niet zo veel tijd in steek als zou moeten.” Alleen het probleemgestuurd onderwijs (PGO) is anders dan hij had verwacht. “Ik had op meer begeleiding gehoopt. Vooral bij de wiskundevakken, waar ik wat meer moeite mee heb, mis ik dat wel.”

Van het op zichzelf wonen verwachtte hij dat “het wel goed zou komen”. En inderdaad, dat lukt prima. “Mede dankzij de vaatwasser.” Hij kan zelfs al een beetje koken, iets waar hij ten tijde van de INKOM nog niets van bakte. “Ik leer redelijk veel in het Italiaanse restaurant waar ik in de keuken werk. Zelf spaghetti maken lukt inmiddels wel.”

 

“Ik zie een beetje op tegen het probleemgestuurd onderwijs.”

Dat zei Cathy Verhoeven, eerstejaars International Business, eind augustus tegen Observant. Het waren zorgen voor niets, blijkt afgelopen december. Ze was destijds vooral bang dat anderen hun ‘huiswerk’ niet zouden doen en er daardoor geen leerzame bijeenkomsten zouden ontstaan. “Tot nu toe maakt iedereen de opdrachten. Er zijn veel discussies en vragen.”

Ze twijfelde tussen Tilburg en Maastricht, maar koos voor de laatste onder meer vanwege het internationale karakter. Een schot in de roos. “Ik ben een half jaar bezig nu en ik heb al logeeradresjes in Griekenland en Spanje”, lacht ze. Ook tijdens de onderwijsgroepen is de internationale omgeving een pluspunt. “In andere landen kijken ze heel anders tegen dingen aan. Dat hoor ik tijdens onze discussies. Dat soort inzichten lijken me heel belangrijk voor als ik uiteindelijk aan het werk ga.”

Verhoeven komt uit Wahlwiller. Dat is goed te bereizen met het openbaar vervoer, maar om het studentenleven echt goed te ervaren ging ze toch op kamers, vertelde ze in augustus. Drie maanden later heeft ze haar leven daar al goed opgebouwd. Zo werkt ze drie avonden per week in de Maastrichtse horeca en ook heeft ze een sportclub gevonden. “Het is toch weer judo geworden”, lacht ze. Op de Griend tijdens de INKOM vertelde ze dat ze dat jaren had gedaan, maar nu toch aan het kijken was voor iets anders. Roeien bij Saurus was toen een optie. “Ik besloot dat ik eerst wilde kijken hoeveel tijd de studie en het werk zouden kosten. Ik denk dat ik er volgend jaar niet meer bij ga. Mijn sociale leven is zo al vol genoeg.”

Ze besteedt zo’n drie uur per dag aan de studie. Dat is genoeg want tot nu toe haalde ze alle tentamens in een keer. Dat komt onder meer omdat ze snel een goede studiemethode te pakken had. “Ik ga niet het hele boek van voor tot achter lezen. Dat kost heel veel tijd. Ik maak alle opdrachten en kijk de hoorcolleges terug.”

 

“Dit wordt echt de laatste studie waaraan ik begin”,

lachte de Vlaamse Emma van der Plas in augustus. In Leuven behaalde ze al twee bacheloropleidingen en één master. Toch besloot ze er nog een studie aan vast te plakken: de master Forensica, Criminologie en Rechtspleging. “Die onderwerpen vind ik erg interessant. En nuttig, want ik wil graag rechercheur bij de politie worden. Maar ik ben al 25, dus hierna wordt het tijd om te gaan werken.”

Daar denkt ze nu, tegen het einde van het tweede blok, nog steeds hetzelfde over. “Al ben ik absoluut blij met mijn keuze. Ik leer hier heel veel. Een opleiding als deze bestaat niet in België.” Dat laatste was dan ook de reden waarom ze naar Maastricht uitweek. “Ik kon ook naar Leiden, maar deze overgang leek me minder groot. Qua afstand, maar ook cultureel. En inderdaad: hier vind je een goede mengeling tussen de Hollandse directheid en de Vlaamse vriendelijkheid.”

Al viel het Maastrichtse onderwijssysteem wel wat tegen. “Het PGO was in het begin niet mijn ding. In Leuven zat ik in collegezalen met vijfhonderd man, waar je nauwelijks vragen aan de docent stelde. Nu zijn de lessen opeens kleinschaliger en interactief. Dat is wel even wennen, na zeven jaar Leuven.” Toch ziet ze ook de voordelen van het systeem. “Je bereidt je beter voor op lessen en houdt de stof goed bij. Ook omdat je in blokken werkt. In Leuven had ik maar twee semesters, met aan het einde examens. Dan deed je een paar weken opeens heel veel, terwijl je de rest van het jaar meer bezig was met uitgaan.”

Toch heeft ze ook hier genoeg leuke momenten met vrienden. “Dankzij de korte afstand zie ik mijn vrienden van thuis nog vaak. Ze komen regelmatig op bezoek. Bovendien ga ik nog steeds veel om met de mensen uit mijn INKOM-groepje, we spreken elke twee weken af. Volgens mij is dat redelijk uniek”, lacht ze.

Cleo Freriks, Yuri Meesen, Dennis Vaendel

Auteur: Redactie

Illustraties: Simone Golob

Tags: eerstejaars,eerstejaarsnummer2023

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.