Universiteit en ziekenhuis: een verloving die “niet tot 2030” moet duren

Universiteit en ziekenhuis: een verloving die “niet tot 2030” moet duren

“Bij elke spade die je dieper gaat, kom je weer nieuwe vragen tegen"

09-04-2024 · Interview

De puzzel is nog niet gelegd, maar bij groen licht gaan de universiteit en het Maastrichtse ziekenhuis samen onder één paraplu. In de wandelgangen klinken nieuwsgierige en afwachtende geluiden, maar er is ook huiver. Sommigen vrezen voor hun academische vrijheid. En wordt het niet allemaal veel te bureaucratisch in zo’n grote organisatie; komt de informele sfeer aan de universiteit niet op de helling te staan?

“Een uitdagende exercitie”, noemt Rianne Letschert, bestuursvoorzitter van de Universiteit Maastricht, de weg die ze momenteel afleggen. Naar een fusie? Zij geeft de voorkeur aan de term ‘bestuurlijke integratie’. “Bij elke spade die je dieper gaat, kom je weer nieuwe vragen tegen.” Letschert en haar collega Helen Mertens van het MUMC+ zijn vooral heel erg opgetogen, zien “kansen”, meer “slagkracht”, en een poging om de instellingen “een grotere wetenschappelijke en maatschappelijke rol” te laten spelen. Letschert: “Niet de organisatiebelangen zijn leidend; de universiteit en het ziekenhuis zijn er niet ‘voor zichzelf’, maar voor studenten, patiënten en andere burgers.”

Helen Mertens en Rianne Letschert, foto: Appie Derks MUMC+

Voortouw

Voordat Mertens en Letschert de leiding hadden, waren er ook al allerlei integratiepogingen. Ziekenhuis met faculteit, ziekenhuis met hele universiteit, maar die mislukten. Het ging moeizaam aan de onderhandelingstafel, met de karakters van de toenmalige bestuurders, hun belangen en vergezichten. Wie heeft deze keer het initiatief genomen? Mertens? Er wordt gezegd dat vooral het Maastrichtse ziekenhuis er belang bij heeft, want een huwelijk met de universiteit maakt de instelling robuuster en daarmee een belangrijkere speler in het zorgveld. Er is heisa over de concentratie van academische (zeer specialistische) zorg in Nederland. Die kan niet meer in de volle breedte in ieder UMC geleverd worden. De verdeling ligt heel erg gevoelig en logischerwijs wil iedere zorginstelling zijn ‘eigen territorium’ behouden (en het liefst uitbreiden).

Maar nee, klinkt het tijdens het interview, er was deze keer niemand die het voortouw nam. Volgens Letschert hebben beiden op een gegeven moment tegen elkaar gezegd: ‘Moeten we het niet weer eens oppakken?’ “We hebben een GBO [gemeenschappelijk beleidsorgaan, een regeling in de wet met betrekking tot afstemming van onderlinge taken van een academisch ziekenhuis en universiteit, red.], dat is gewoon ingepland in je agenda en zeker niet elke week, en dan merk je toch bij sommige thema’s: ‘Goh, dit hadden we eerder moeten afstemmen’, of ‘Dit is jammer, waarom lopen we hier nou tegenaan?’ Die obstakels zou je, als je veel gerichter en intensiever samenwerkt, eerder met elkaar hebben gedeeld.”

De Maastricht Studie

Maar moet je fuseren om samen goeie dingen te bereiken? Neem de Maastricht Studie, gericht op het voorkomen, onderzoeken en behandelen van diabetes en hart- en vaatziekten, waarbij de universiteit én het ziekenhuis zijn betrokken en waaraan duizenden Limburgers deelnemen. Dit unieke onderzoek loopt al sinds 2010, daar was geen fusie voor nodig. Letschert: “Nee, maar wat je ziet, is dat er verschillende partijen bij betrokken zijn, zoals het ziekenhuis en de faculteit Health, Medicine and Life sciences, die op het moment dat het moeilijk wordt [de subsidieperiode van de provincie liep eind maart af, red.] aan de eigen bestuurlijke tafel gaan zitten en op basis van hun eigen strategie en investeringskader beslissingen gaan nemen. Die komen dan niet altijd samen en dat kan zo’n project kwetsbaar maken.” Ook Mertens herhaalt de meerwaarde van “één bestuurstafel. Nu maakt ieder zijn eigen afweging vanuit eigen belangen.”

Als voorbeeld noemt ze niet alleen de Maastricht Studie, maar ook de vier Brightlands-campussen, de proefdiervoorziening (Biomedisch Centrum) en de scanfaciliteit Scannexus. “Het commitment van de ene partner is direct afhankelijk van het commitment van de ander.” Met andere woorden: als de een wél de waarde ervan inziet en de ander minder, kan het zomaar afgelopen zijn. Mertens: “Zolang er twee verschillende mensen met twee verschillende belangen aan tafel zitten, is het super lastig om zaken goed op elkaar af te stemmen.”

Sociale domein

De neuzen moeten dezelfde kant op. En dat zal volgens Mertens en Letschert in elk geval gebeuren binnen de twee thema’s ‘gezonde samenleving’, waaronder preventie, en ‘technologische innovaties’. Dat een bètafaculteit als Science and Engineering met computer- en datawetenschappen aanschuift, lijkt een logische stap, net als de psychologiefaculteit waar het gedrag van mensen onder de loep wordt genomen. Maar waarom wil men ook juristen, economen, politicologen en historici meetrekken, dus de héle universiteit? Dat is uniek in Nederland. Volgens Mertens gaat het niet alleen om de zorg, maar ook om het gezin, de economie, álle omstandigheden in het sociale domein. “En daar hebben we juist de expertise van de binnenstadfaculteiten bij nodig.” Ze wijst bovendien op voorbeelden in het land – ze noemt Leiden en Rotterdam – waar een geïntegreerd UMC “is afgedreven” en op te grote afstand van de rest van de universiteit staat. Onwenselijk, vinden beiden.

Onverstandig

“Stel, we zouden alleen de faculteit Health, Medicine and Life sciences (FHML) met het ziekenhuis laten samengaan”, schetst Letschert, “omdat het gemakkelijker is, dan maken we onze universiteit kwetsbaar. Een heel groot deel van ons gezondheidscluster, waar wij trots op zijn en heel veel in geïnvesteerd hebben, leggen we dan op een andere bestuurlijke tafel neer. En natuurlijk zijn we meer dan de FHML, we zijn de laatste tien jaar veel groter geworden, maar dan nog, om de universiteit in balans te houden, zou het een onverstandige keuze zijn.”

Dat de universiteit de FHML niet kwijt wil, is overigens nooit de reden geweest om ‘dan maar’ de héle UM op sleeptouw te nemen, benadrukt ze. “Het gaat echt om de inhoud, om de uitdagingen die op ons afkomen, denk aan personeelstekorten, vergrijzing, achterstanden op de sociaaleconomische ladder, chronische gezondheidsvraagstukken. Als je hier een antwoord op wil geven, dan moeten we innoveren, dan kun je niet anders dan naast de traditionele gezondheidszorg ook andere disciplines erbij betrekken.”

Autonomie

Met hoeveel vuur ze hun verhaal ook brengen, en hoe fijn het is dat er met een fusie óók een oplossing komt voor alledaagse onhandige zaken zoals twee e-mailadressen en verschillende toegangspasjes, er is ook twijfel, huiver, zelfs weerstand op de werkvloer. Letschert noemt er zelf al één: de angst dat de UM een gezondheidsuniversiteit wordt. “Daar hebben we in het begin veel discussie over gehad, maar dat wordt het niet.” Ook Europa en circulariteit (denk aan het hergebruik van grondstoffen en plasticrecycling) zijn belangrijke thema’s waar Maastrichtse wetenschappers volop verder mee aan de slag kunnen, zegt ze. “Heel veel van onze budgetten gaan naar de faculteiten, dat verandert niet. Bovendien is hun wetenschappelijke autonomie wettelijk verankerd.” Die is ook gegarandeerd als er een nieuw bestuurlijk model komt en het MUMC+ meebeslist, zegt Letschert.

Illustratie: Simone Golob


Een tweede punt van zorg: hoe zit het met de academische vrijheid? “Natúúrlijk blijft die geborgd, dat is toch heel logisch? Wij zouden de laatste bestuurders zijn die iets bedenken dat daaraan tornt”, aldus Letschert. Toch zal het niet iedereen geruststellen. Een fictief voorbeeld: een groep onderzoekers wil de post-Covid-zorg in Limburgse ziekenhuizen onder de loep nemen. Hoe je het wendt of keert, de onderzoekers worden (in het geval van een fusie) geassocieerd met het azM. En ziekenhuizen in een regio zijn óók elkaars concurrent. Welk beeld geeft dat ten aanzien van hun onafhankelijkheid of mogelijke belangenverstrengeling? “Wetenschappers kunnen zich ook in de toekomstige constructie onafhankelijk opstellen, mede gebaseerd op de code wetenschappelijke integriteit die hier heel heldere kaders voor geeft. En de merknamen universiteit en academisch ziekenhuis blijven bestaan waardoor je je nog steeds als medewerker van de universiteit kunt onderscheiden”, antwoordt Letschert.

Dubbel en dwars

Wetenschappers uit Randwyck die aan tafel schuiven bij collega’s uit de binnenstad (en vice versa): interdisciplinariteit wordt nu al toegejuicht, en toch gebeurt het maar mondjesmaat – gaat een fusie daar iets in veranderen? Als het initiatief niet van de mensen zelf komt, gebeurt het dan toch ook niet? Letschert: “Klopt, maar we kunnen die samenwerking wel aanwakkeren, incentives geven. Dat is waarom een aantal faculteiten heel sterk aan het uitbreiden is op de Brightlands-campussen. Als we tien jaar geleden niet in die campussen hadden geïnvesteerd, hadden de universiteit en de regio er nu niet zoveel voordeel bij gehad. Die impact hebben we dubbel en dwars bewezen.”

Daarbij is één bestuurstafel, om in termen van Letschert en Mertens te blijven, aantrekkelijker voor bedrijven en organisaties. TNO (de Nederlandse organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek), Philips, Medtronic en de RWTH Aken, “zoeken al contact. Zij laten geen vergadering voorbijgaan om te vragen hoever we zijn”, zegt Mertens.  

Cultuur

Blijft de vraag of we hiermee niet een bestuurlijke moloch creëren waarbij twee heel verschillende culturen samenkomen: het veel hiërarchischer ziekenhuis, geleid als onderneming en met een veel minder open cultuur, tegenover het meer vrijgevochten model van de universiteit, een open en informele sfeer, met een journalistiek onafhankelijk universiteitsmedium. Letschert: “We moeten niet de illusie wekken dat er aan deze universiteit één cultuur, één gewoonte is. De cultuur in de faculteit Science and Engineering is niet hetzelfde als die in bijvoorbeeld Arts and Social Sciences. Zelfs binnen een faculteit kan het uiteenlopen. Die diversiteit aan culturen koesteren we.”

Pingpongen

Komende juni wordt het ‘beste’ bestuursmodel gepresenteerd aan de gemeenschap. Na de zomer start dan het besluitvormingstraject: faculteitsbesturen, faculteitsraden, de universiteitsraad, de ondernemingsraad en andere gremia in het ziekenhuis, allemaal mogen ze hun zegje doen. Letschert zei al afgelopen september tijdens een door de UM geïnitieerde online Q&A dat ze er “druk” op wil zetten. “Anders kun je in een ellenlang traject verzanden.” Ook nu spreekt ze de hoop uit “niet tot 2030 te pingpongen. Stel dat een medezeggenschapsorgaan zegt: ‘Wij willen een wijziging. Dan moet het weer opnieuw naar alle vergadertafels. Dat moet niet te lang duren, dan gaan mensen de energie verliezen. Tegelijkertijd moeten al die gremia wel goed gehoord worden en hun bevoegdheid kunnen gebruiken.” Ook het vinden van een balans tussen de autonomie van faculteiten en ziekenhuisafdelingen enerzijds en de “integrale verantwoordelijkheid” van een overkoepelend bestuurscollege anderzijds, is volgens Mertens een hele uitdaging. En dat is vermoedelijk zwak uitgedrukt.

Tot slot? Wat verandert er voor de ‘gewone’ mens op de werkvloer? Merken we allemaal iets van een integratie? “Niet iedereen”, zegt Mertens. “En dat hoeft ook niet”, vult Letschert aan. “Wetenschappers of obp’ers die zeggen: ‘Hier wil ik aan meewerken, want ik zie nieuwe kansen’, prima, graag zelfs, maar nogmaals, niks geforceerd.”

 

Auteur: Wendy Degens

Illustratie: Simone Golob

Tags: mumc, umc, integratie, bestuursmodel, interdisciplinair, samenwerken, fusie um+mumc

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.