Over die zogeheten ‘onverenigbare rollen en functies’ is bijna een jaar gedebatteerd. Aanleiding was de positie van de wetenschappelijk directeur van het Onderwijsinstituut (OI). Die mag in principe geen bestuurder zijn. De huidige wetenschappelijk directeur, Mirjam oude Egbrink, is sinds medio 2020 echter ook portefeuillehouder onderwijs en in die hoedanigheid rechterhand van de decaan: een uitzondering die in coronatijd werd gemaakt. Een voorstel om die situatie vast te leggen in het reglement, stuitte medio vorig jaar op verzet in de raad.
In het herziene reglement is geen sprake meer van een wetenschappelijk directeur van het OI. De functie is geschrapt, de taken zijn verdeeld tussen een ‘gewone’ directeur en de vice-decaan onderwijs (een nieuwe titel, voorheen was de bestuurder die over deze tak van sport ging ‘portefeuillehouder onderwijs’). Ook een laatste pijnpunt voor de raad – de vice-decaan zou het directieoverleg van het OI moeten voorzitten – is weggenomen: dat overleg wordt geleid door de directeur van het OI.