Het programma, waar ook de Universiteit Maastricht sinds februari aan bijdraagt, haalt wetenschappers, kunstenaars en journalisten uit conflictgebieden naar Nederland, waar ze veilig kunnen werken. Werd een lezing van de pro-Israëlische Rawan Osman in Tapijn Z in maart nog door demonstranten verstoord, vanavond is er geen vuiltje aan de lucht. Bij dialoogplatform Omnium doet Helles in alle rust haar verhaal.
Stapels dode lichamen
Dat gaat over hoe een jonge vrouw van lokale journaliste oorlogsverslaggever voor de Britse krant The Times werd, nadat Israël in reactie op Hamas-aanvallen de Gazastrook binnenviel en buitenlandse correspondenten de toegang ontzegde. Over hoe het is om dagelijks verslag te doen van geweld, verwoesting en niet aflatend menselijk leed: “Die moeders die hun kinderen verloren, die man die uitriep: ‘Ik heb niemand meer’, de stapels dode lichamen… ik vergeet het nooit meer.” Over hoe je omgaat met de voortdurende angst om ook doelwit te worden – begin april nog kwamen enkele Palestijnse journalisten om toen hun tent bij een ziekenhuis werd gebombardeerd. Een van hen verbrandde levend. “De scherfvesten met het woord ‘pers’ erop, die ons moesten beschermen, zijn doelwit geworden. We deden ze uit om anderen niet in gevaar te brengen.” Over waarom ze toch besloot te vluchten: “Het was het besef dat ook mijn kinderen onder het puin zouden kunnen liggen.” En over hoe het is om met haar twee kinderen in Nederland te zijn, terwijl haar man achterbleef: “Ik ben iedere dag bang hem te verliezen.”
Amal Helles tijdens haar lezing in Tapijn Z | Foto: Observant
Er klinken aanklachten – felle aanklachten: tegen westerse democratieën die mensenrechten belangrijk zeggen te vinden, maar volgens Helles de ogen sluiten voor “de best gedocumenteerde genocide. Jullie hebben die in real time gezien en vragen nóg om bewijs. Hoeveel bewijs is er nog nodig voordat de wereld inziet dat Palestijnse levens het beschermen waard zijn?” Tegen westerse journalisten ook, die in Helles’ ogen veel te weinig aandacht besteden aan het leed van het Palestijnse volk en dat van hun Palestijnse collega’s. “Wij zijn verlaten door de mediaorganisaties die voor de persvrijheid zeggen te staan”, en: “Er verbrandt een journalist levend en niemand ligt er wakker van.”
En er is haar fellowship bij het NIAS. Daarin onderzoekt ze de rol van vrouwelijke journalisten in de Gazastrook, die naast de “angst voor de oorlog”, ook vooroordelen over vrouwen het hoofd moeten zien te bieden. Wat haar zelf bij dit alles gaande houdt? “Ik koos dit niet”, klinkt het vastberaden. “De oorlog koos mij. De waarheid vertellen is het enige wapen dat ons nog rest.”