Veel medewerkers aan de Universiteit Maastricht nemen (net als bij de zusterinstellingen) hun vakantiedagen niet volledig op. Bij een fulltime aanstelling (38 uur) heeft iemand recht op zo’n zes weken per jaar. Een deel (de zogenoemde wettelijke vakantie-uren, twintig dagen) komt na anderhalf jaar te vervallen, de rest (tachtig zogenoemde bovenwettelijk uren) kan men tot vijf jaar na de opbouw gebruiken voor een vakantie of meteen inzetten om te sparen voor bijvoorbeeld een sabbatical of om vroeger met pensioen te gaan.
Hoge werkdruk
Met name wetenschappelijk medewerkers laten bij herhaling weten dat de werkdruk zo hoog is, dat een vakantie er meer dan eens bij inschiet. Het onderwijs slokt veel tijd op, aan onderzoek komt men nauwelijks toe. Het zorgt voor een ‘verlofstuwmeer’ dat nu is opgelopen tot 634.368 uren, wat neerkomt op gemiddeld 112 uur per medewerker. Wat opvalt is dat met name universitair (hoofd-) docenten, maar ook hoogleraren hier nog een stuk boven zitten (van 172 tot 195 niet gebruikte vakantie-uren), blijkt uit recente UM-cijfers.
Slechte zaak
Een slechte zaak, vinden Ellen Schuit, interim-directeur People & Development, en Karin Quanten, specialist strategische communicatie bij P&D. “Het is belangrijk dat je tijd hebt om te herstellen, om op te laden. Iedereen heeft ook zijn rust nodig. Wij willen dat medewerkers met hun leidinggevende overleggen hoe ze hun overgebleven vakantiedagen kunnen opmaken. Dat hoeft niet door een vakantie, dat kan ook een dag in de week zijn waardoor je het weekend verlengt.” Zij hopen dat de enquête meer inzicht geeft in “wat er aan de hand is, en hoe we dit kunnen bijsturen”.
Los van het feit dat het verlofstuwmeer duidelijk maakt dat medewerkers “onvoldoende rustperiodes opnemen”, zorgt het ook voor een reservering op de universitaire begroting: in 2025 ging het om een dikke 27 miljoen euro. Geld waarmee de universiteit verder niets kan doen.
De enquête kan nog tot en met 15 april 2026 worden ingevuld.