Vanaf het eerste moment heeft duurzaamheid een heel grote rol gespeeld in het bouwproces, zegt Ralph Herben, vastgoedontwikkelaar van de UM. Van de bouwtekeningen, tot de bouw, tot de inrichting. Die duurzaamheid begint eigenlijk al bij het hergebruik van de voormalige militaire kazerne, zegt Herben. Alle buitenmuren, ramen, en draagmuren binnen zijn in originele staat en hun oude kleur hersteld. Nieuwe binnenmuren hebben een andere kleur en ook de stalen balken die zijn bijgebouwd om het gewicht te dragen zijn duidelijk van de originele, massieve, vierkante betonbalken te onderscheiden. Alfa, Foxtrot, Tango, Whisky - de letters uit het NaTo-alfabet - geven de ruimtes een naam met een militair tintje.
(De tekst gaat verder onder de foto)
Charlie, de derde letter uit het NaTo-alfabet
Tweede leven
Wie op de eerste verdieping door de gangen loopt, valt waarschijnlijk op dat de glazen wanden verschillende kleuren hebben. Herben: “Die zijn gemaakt van reststroken die van de glashoop zijn gered.” Deze wanden van acht meter bestaan uit korte stroken van tachtig of 120 centimeter. Die verschillen soms van kleur, er zit zelfs wel eens een stuk matglas bij.”
Daarnaast hebben veel materialen in de bouw en inrichting een tweede leven gekregen. De pannen op het dak komen van Tapijnpanden die eerder gesloopt werden (Loods M, het douchegebouw, de sporthal en het oude ziekenhuis). Ook de trappen en trapleuningen komen hier vandaan. De straatstenen rondom de gebouwen zijn eveneens hergebruikt. De tapijttegels op de eerste verdieping, waar de kantoren en enkele onderwijsruimten zich bevinden, zijn gemaakt van gerecyclede visnetten. “Daar ruik je niets van”, grapt Herben.
Overal is ledverlichting en het gebouw wordt verwarmd met lucht-warmtepompen, zegt Herben. “Er zijn twee CV-keteltjes, maar die worden alleen gebruikt om de pieken in de winter op te vangen. Volledig gasloos was een te grote investering. Verder is Tapijn all electric en energieneutraal.”
(De tekst gaat verder onder de foto)
Bij de 'Yankee-kamer' is een strook glas gebruikt dat duidelijk een andere kleur heeft.
Poetsmiddelen
De ventilatie gaat er automatisch. Een CO2-meter houdt bij wanneer de lucht ververst moet worden. Deze verse aanvoer is een combinatie van lucht van buiten en gefilterde lucht die voor een tweede ronde meegaat. Ook dit is klimaatbewust omdat zo niet alle verwarmde lucht van binnen naar buiten gaat.
Zelfs voor de onzichtbare materialen waren er strenge eisen van BREEAM. Herben: “Zo mochten we voor de luchtkwaliteit bijvoorbeeld geen lijmen gebruiken die later nog uit zouden kunnen verdampen.” Zelfs de poetsmiddelen waarmee bij Tapijn wordt schoongemaakt moeten duurzaam zijn volgens de regels van het duurzaamheidskenmerk. Er worden nergens chloorhoudende producten gebruikt, net als op de rest van de UM.
De ruimtes zijn zo multifunctioneel mogelijk ingericht. De grote zalen voor de hoorcolleges bijvoorbeeld zijn helemaal vlak. “Dan zijn ze ook bruikbaar voor examens of zelfs grote bijeenkomsten als een receptie.”
Twix of cola
Dan is er ook nog het Well Building certificaat, dat vooral over gezondheid gaat. De UM is de eerste onderwijsinstelling in Europa met zo’n keurmerk, vertelt Herben trots. “Kantoorruimten met dit kenmerk kunnen hun huurders meer huur vragen bijvoorbeeld. Zo’n financieel voordeel zit er voor de UM niet aan, maar we willen hierin een voorbeeld zijn.”
Herben: “Aan veel van de eisen van Well Building voldeden we al vanwege BREEAM, bijvoorbeeld de geavanceerde luchtfiltersystemen of de inval van het vele daglicht.” Maar voor Well Building mogen er bijvoorbeeld ook geen producten met veel suiker in het gebouw verkocht worden. Een Twix of cola zul je er daarom niet vinden. Wel is er extra veel groen. De School of Business and Economics en de universiteitsbibliotheek, de hoofdgebruikers van Tapijn, verzorgen het onderhoud. Ook zijn er op de muren en de collegebanken bewust veel kleuren gebruikt. “Kleur zorgt voor leven in het gebouw, dat stimuleert mensen in hun werk.”