“Als het spel niet fair wordt gespeeld, nee, dan heb ik geen eelt op mijn ziel”

Rianne Letschert tijdens de Maastrichtse versie van College Tour in 2019

“Als het spel niet fair wordt gespeeld, nee, dan heb ik geen eelt op mijn ziel”

Tien jaar bestuurder aan de UM, een afscheidsinterview met Rianne Letschert

23-02-2026 · Interview

Vandaag staat ze op het bordes als kersverse minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Bijna tien jaar heeft Rianne Letschert de Universiteit Maastricht bestuurd, als rector en later als collegevoorzitter. “Lang genoeg, het was ook tijd voor iets nieuws”, maar man o man wat gaat ze álles aan deze instelling missen. Nou ja, bijna alles.

“Jullie gaan spannende dingen met mij beleven,” zei Letschert in 2016 toen ze vanuit Tilburg naar Maastricht kwam om rector magnificus te worden. “Heb ik dat echt gezegd?” Ze kan het zich niet herinneren. Observant wel. Het was zelfs de kop boven het eerste interview met haar. “Nou, ik vond het in ieder geval wel een spannende tien jaar.” Ze snakte op een gegeven moment “naar een saaie bestuurlijke periode, maar het is een illusie om te denken dat die er gaat komen. De maatschappij staat onder druk, dat sijpelt door in onze banen, in onze instellingen.”

Tien jaar UM: een hele rits gebeurtenissen passeert in een paar minuten de revue. Te beginnen met de cyberhack in december 2019 waardoor de universiteit plat kwam te liggen. Had ze die achter de rug en hoopte ze op een rustige voorjaarsvakantie, moesten alle universiteiten dicht vanwege corona. “Het was een zware tijd.” In huize Letschert volgden zoon en dochter thuisonderwijs en vooral de jongste, toen nog een basisschoolleerling, had hulp nodig. Daarbij lag Letschert in een scheiding. “Tegelijkertijd wilde ik er voor de instelling zijn. Alle operationele zaken gingen door en ieder had z’n eigen zorgen, angsten en eenzaamheid. Ik heb toen vooral intensief en heel leuk samengewerkt met de hoofden van Bureau Onderwijs, over wat te doen met examens, hoeveel uitzonderingen er mochten worden gemaakt, hoe we toezicht konden houden op studenten tijdens online tentamens zonder hun privacy te schenden. Zij moesten hun toetsen immers thuis maken.”

Bedreigend

Letschert verruilde in 2021 haar rol als rector voor die van collegevoorzitter en kreeg al snel te maken met het dossier dat tot eind vorig jaar voor de nodige kopzorgen leidde: de discussie over internationalisering en verengelsing van het wetenschappelijk onderwijs. Het was Ingrid van Engelshoven, D66-Onderwijsminister in kabinet Rutte III, die het wetsvoorstel Taal en Toegankelijkheid had ingediend. “Toen die taal een steeds grotere rol ging spelen, werd het voor de UM bedreigend.” Ze ging de boer op in Limburg en vond veel mensen aan haar zijde die net als zij willen dat “de UM mag zijn zoals die is: internationaal én Europees”. Met die boodschap bestookte ze Den Haag.  Moeilijk was het niet om burgemeesters, gemeenteraden en de Provincie te overtuigen. Er was al volop samenwerking, de UM werkte aan campussen in Venlo en Heerlen, Letschert liet overal haar gezicht zien. “Ik ging op bezoek bij gemeenteraden, bezocht evenementen, zoals Cultura Nova in Heerlen, was op carnavalszaterdag in Maastricht. Ik vond het leuk en wilde oprecht mijn betrokkenheid tonen. Als ik in een relatie investeer, durf ik ook makkelijker iets terug te vragen, anders vind ik het opportunistisch.”

Een soort staatsgreep

“Wat ik zélf echt spannend vond, was het conflict met de universiteitsraad over een nieuwe procedure voor de decaansbenoemingen.” Dat speelde in oktober 2019.

Rianne Letschert, 2019 Foto: Loraine Bodewes

Hoe zat dat? Het college van bestuur benoemde de decanen op voordracht van een benoemingsadviescommissie. Daar maakte de rector al deel van uit maar in de nieuwe regeling wilde Letschert het voltallige college in die commissie opnemen. Om vervolgens min of meer aan zichzelf advies uit te brengen. Bovendien wilde zij dat de UM meteen intern én extern (dat gebeurde in de oude situatie pas in tweede instantie, wanneer er geen geschikte interne kandidaten waren) zou gaan werven. 

De U-raad zag de nieuwe procedure niet zitten. Men beschouwde het als een ‘coup’, een soort staatsgreep, waarbij de hoogste bestuurders nog meer macht naar zich toe zouden trekken. Het dispuut belandde bij de Raad van Toezicht (RvT), maar tot een formele geschilprocedure kwam het uiteindelijk niet.  Het college trok na bemiddeling van diezelfde RvT het voorstel in. Terugkijkend vindt Letschert nog steeds dat er bij een sollicitatie voor een decanaat ook kandidaten van buiten moeten worden toegelaten, naast interne. Dat mag inmiddels ook. “De baan van een decaan is ingewikkeld, niet voor iedereen weggelegd, waarom kijk je dan ook niet meteen naar buiten, je krijgt daardoor meer diversiteit.” En dat verwijt van een coup? Ja, ze snapt het gevoel, de angst dat het college de boel zou gaan overnemen, “maar dat was hier helemaal niet aan de orde. Ik vind het juist raar dat er maar één collegelid in zo’n benoemingsadviescommissie mag zitten, we hebben alle drie met de decanen te maken.” Ze denkt terug aan haar tijd als wetenschapper in Tilburg, “toen dacht ik ook weleens ‘waar bemoeit het college zich mee’, bij wijze van dan, maar nu ik zelf die centrale rol heb, begrijp ik de verantwoordelijkheden veel beter. Ik zou willen dat iedereen eens van rol kon wisselen, een andere pet kon dragen.”

Erkennen en Waarderen

Een van haar paradepaardjes is het programma Erkennen en Waarderen - Letschert was ook landelijk kartrekker - dat naar een cultuurverandering streeft: wetenschappers worden voortaan niet alleen beoordeeld op hun onderzoeksprestaties, maar ook op academische taken als onderwijs en leiderschap. Maar de invoering van dit plan verloopt nog niet vlotjes, zo blijkt uit een recent onderzoek onder jonge wetenschappers, uitgevoerd door de Maastricht Young Academy. Lang niet iedereen merkt er iets van op de werkvloer. Ook hekelen ze het gebrek aan transparantie, de onduidelijke beoordelingscriteria en zicht op carrièrekansen.

"Escaleert de boel, dan ga ik erheen"

Letschert herkent een deel van de bezwaren, “we moeten hier iets mee als college, want we kunnen wel blijven praten over cultuurverandering, maar hoe lang duurt het inmiddels niet? Terug kunnen én moeten we ook niet meer willen, daarvoor is het al te diep ingebed. En wie weet wat ik als minister kan doen. Ik ben daar nog niet over uit, want ik vind dat de universiteiten zelf aan zet zijn, maar als ik een rol kan spelen door zaken aan te jagen, zal ik het zeker niet nalaten.”

Ze is trots op het feit dat heel wat mensen met een onderwijsportefeuille bevorderd zijn tot hoogleraar. Ook de decanen prijst ze om “de meters die ze aan het maken zijn. Besef daarbij ook dat het nooit de bedoeling is geweest dat iedereen er iets van merkt. We kunnen niet iedereen bevorderen. In een elftal heb je bijvoorbeeld maar één keeper nodig, soms past de richting die iemand op wil gaan niet binnen een afdeling. We moeten ook die moeilijke gesprekken kunnen voeren, iets waar we in deze sector niet altijd goed in zijn.”

“Ik houd van duidelijkheid”

Kan ze die moeilijke gesprekken zelf voeren? “Ik houd van duidelijkheid. Escaleert de boel, dan ga ik erheen.” Ze noemt ‘de casus’ TIER, instituut voor Evidence Based Education Research. Hun master werd stopgezet na een onvoldoende op toetsing in een visitatierapport. Het college van bestuur had besloten geen hersteltraject in te gaan. Daarmee viel in 2017 ook het doek voor het instituut.

Rianne Letschert vlak voordat ze rector wordt, 2016 Foto: Loraine Bodewes

“Het was mijn taak als rector om de staf te informeren. Als blikken konden doden, was ik daar ter plekke gestorven. Iedereen was zo boos, van de secretaresse tot universitair docenten en hoogleraar. En weet je? Ik zou ook woedend zijn als het mijn instituut was. Ik heb het uitgelegd en er mede voor gezorgd dat al die mensen weer op een goede plek terecht kwamen in de universiteit. Ik vind dat je moeilijke besluiten moet toelichten en eerlijk moet zijn, respectvol ook, daar ligt de sleutel.” Maar ja, percepties kunnen uiteenlopen: de groep zelf voelde dat respect destijds juist niet, lieten ze in Observant weten.

Ontslagzaak

Ze heeft de reputatie zich met veel te bemoeien, ook met zaken of afdelingen die niet per se onder haar directe verantwoordelijkheid vielen. Zo was er gedoe tussen twee (allerminst bevriende) vakgroepen binnen de faculteit Health, Medicine and Life sciences. Klachten over sociale onveiligheid vielen in haar mailbox. Daarbij beschuldigde een hoogleraar een collega-prof (ten onrechte) van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Letschert besloot tot een onafhankelijk onderzoek naar de situatie op de werkvloer bij beide vakgroepen. Was dat niet een zaak voor de decaan, Annemie Schols? “Er was een motie van wantrouwen tegen de decaan, die kan dat dan uiteraard niet zelf afhandelen.” Uiteindelijk volgde een ontslagzaak, “die ligt sowieso bij het college van bestuur”.
“Sommige medewerkers waren zwaar beschadigd door alles wat er had gespeeld. Men wilde met mij in gesprek, dan loop ik niet weg.” Veel van die gesprekken vonden plaats in de avonduren (de agenda zat immers al bomvol), “maar ik had het nooit niet willen doen. Het voelde voor veel mensen als erkenning dat ze hun verhaal konden delen, dat er naar hen werd geluisterd.”

Bokito’s

Sociale veiligheid was een belangrijk thema tijdens die tien jaar “en dat is nooit af”. Dat ze alle leidinggevenden nu verplicht een ‘module’ hierover laat volgen (onder andere een training met acteurs) noemt ze een “mooi symbool. Want het is echt niet zo dat één module alles gaat veranderen, maar ik laat hiermee wel zien dat het serieus is. Bovendien bereik je hiermee ook de horken en narcisten die dit echt niet vrijwillig hadden gedaan.”
In een enkel geval blijft het paarlen voor de zwijnen. Niet voor niets liet ze in 2020 in een interview met Trouw weten dat ze “een aantal narcistische bokito’s” de laan had uitgestuurd. “En nee, dat was niet leuk maar wel nodig.” Nu: “Ik ben daar harder in geworden. Als je je zo opstelt hoor je niet bij onze gemeenschap. Tegelijkertijd duurt zo’n ontslagtraject heel lang. Je moet het heel goed onderbouwen, het onderzoek kost veel tijd, net als de mogelijke juridische procedures erna. De werkvloer begrijpt daar vaak niets van en dat snap ik.”

"Leiderschap wordt hartstikke onderschat, alsof iedereen het kan,
alsof iedereen de kwetsbaarheid kan tonen die af en toe nodig is"

Leiderschap is sowieso een vak apart, vindt Letschert. “Het wordt hartstikke onderschat, alsof iedereen het kan, alsof iedereen de kwetsbaarheid kan tonen die af en toe nodig is, of kritiek kan incasseren.”
Wat die kwetsbaarheid betreft: Letschert toonde die onlangs nog, vertelt ze, in gesprek met de directeuren-generaals van het ministerie van OCW. “Ik zei: ‘Ik ken deze baan niet, dus als ik iets niet goed doe, te snel of te langzaam ga, zeg het, want dan kan ik er iets mee.’ Ze vonden het fijn dat ik dat zei. Nou, voor mij is dat heel logisch.”

Naïeve blik

Wat heeft ze in die tien jaar tijd moeten afleren? “Ik ben enorm sfeergevoelig en als ik dingen ongemakkelijk vind, zie dat iemand niet lekker erbij zit, spring ik erin, wil ik dat oplossen. Maar ik heb geleerd dat ik het soms moet laten gaan, dat ik op mijn handen moet gaan zitten. En dat doe ik dan ook letterlijk.”

Het college van bestuur op de fiets, in 2017, op bezoek bij studentenverenigingen Foto: Joey Roberts

Het kan niet anders: er zijn ook zaken tegengevallen. “Toen ik hier begon had ik toch een wat naïeve blik op de mensheid. Ik dacht: als je iemand voldoende begeleidt en de kans geeft om nieuwe stappen te zetten, dan komt het goede vanzelf boven drijven. Mensen zijn geen monsters. Zelfs in oorlogssituaties, waar ik veel onderzoek naar heb gedaan, zijn zaken niet zwart-wit. Maar die blik van mij klopte niet helemaal. Ik weet inmiddels dat je mensen hebt die weinig tot geen zelfreflectie hebben, die simpelweg niet zien wat ze in contact met bijvoorbeeld hun medewerkers aanrichten. Die de uitgestoken hand laten liggen en niet meewerken aan een verbetertraject. Ik heb geleerd om dit eerder los te laten en er geen energie meer in te steken. Je verliest zoveel tijd.”

Ze had ook niet verwacht dat de besluitvorming aan een universiteit zo stroperig is. En dan denkt ze niet zozeer aan de medezeggenschap (universiteitsraad en Lokaal Overleg) waar veel dossiers langs moeten. Ze noemt hen “heel constructief en goed voorbereid” en prijst de betrokkenheid. Eerder gaat het om afdelingen die afwachten en geen besluit durven te nemen. “Kom dan eerder naar het college van bestuur. Of beslis. Te vaak durft men geen risico te nemen.”

Pro-Palestijnse betogers

Soms zijn dossiers gewoon heel moeilijk. Ze heeft het al eerder gezegd: het grootste dilemma tijdens haar tien jaar aan de UM betrof de ontruiming van het University College Maastricht dat in juni 2025 werd bezet door pro-Palestijnse betogers. “In dat dossier kun je het nooit goed doen. Er is geen ruimte voor nuance, aan beide kanten niet. Tegelijkertijd ben ik wetenschapper én bestuurder. Mijn eigen wetenschappelijke gemeenschap [Victimologie en Internationaal Recht] oordeelde dat in Gaza sprake is van genocide. Maar als bestuurder heb ik een andere rol, moet ik er voor de pro-Palestijnse betogers zijn die ik qua inhoud heel goed volg, maar minder als het gaat om hun methodes, en moet ik er ook zijn voor onze Joodse studenten en medewerkers die zich bedreigd voelden en aandacht verdienen. Ik slaap normaal goed, maar hier heb ik wakker van gelegen: doe ik de juiste dingen? Het brengt veel spanning met zich mee. Nu ook weer tijdens de viering van de vijftigste verjaardag van de UM. Het moest een feestje worden, maar wij waren door de aangekondigde pro-Palestina demonstratie vooral bezig of de veiligheid van iedereen was gegarandeerd, of we geen stappen hadden overgeslagen. Als je dan achteraf naar de borrel op de Berg loopt, ben je vooral opgelucht. De mentale stress heb ik op dit dossier het meeste gevoeld.”

Trots

Waar ze trots op is? “Uiteraard dat er inmiddels veel meer vrouwen op belangrijke posten zitten en natuurlijk op Europa! Dat Maastricht nu ‘de Europese universiteit’ van Nederland is. Voordat ik hiernaartoe kwam, kende ik de stad nauwelijks, ik ging er wel eens winkelen met mijn moeder. Ik kende de regio niet, de universiteit niet, behalve enkele collega’s uit mijn wetenschapsveld.”

"Hij was tegelijkertijd heel beschermend: 'Je werkt te hard'"

Op zowel het gebied van onderzoek als onderwijs bleek er al een hoop ‘Europa’ binnen de universiteitsmuren te zijn, en daar kwam onder andere Studio Europa bij, een expertisecentrum voor onderzoek, publiek debat en Europees erfgoed in het kader van het Verdrag van Maastricht. Aan het hoofd stond Europakenner Mathieu Segers. Hij en Letschert raakten bevriend; zijn overlijden in 2023, 47 jaar oud, was een van de zwaarste momenten. “Dan sta je daar op een uitvaart, zijn kinderen nog zo jong, heel verdrietig.” Een jaar later volgde de dood van Nanne de Vries, net na zijn pensionering als hoogleraar en bestuurder bij de faculteit Health Medicine and Life sciences. “Ook met hem was ik bevriend, we begeleidden samen een proefschrift. Hij gaf me altijd kritiek, wel op een leuke manier. ‘Wat ben je nou weer van plan met HR?’ Tegelijkertijd was hij heel beschermend: ‘Je werkt te hard.’”

Tijdens de Dies in 2025 met links rector Pamela Habibovic Foto: Philip Driessen

Blik over de grens

Haar blik over de Nederlandse grens neemt Letschert mee naar haar nieuwe baan, vertelt ze. “Ik ken de veertien universiteiten goed. We hebben heel intensief overlegd over de maatregelen om de internationalisering van het onderwijs meer in balans te krijgen, dat waren heel open en strategische gesprekken. Ik ken hun zorgen. Ik heb ook veel met hogescholen samengewerkt en ken het mbo onder andere als voorzitter van het Groeifonds. Veel projecten daar gingen over samenwerking tussen hogescholen en mbo. Al deze kennis gaat me zeker helpen, maar ik wil me ook richten op ervaringen uit het buitenland, ik denk aan Scandinavië waar veel hogescholen zijn gefuseerd met universiteiten, of het Verenigd Koninkrijk waar ze nu een internationale talentenstrategie hebben ontwikkeld. Ik wil weten hoe zij zaken aanpakken en leren van hun ervaringen. En uiteraard zijn cultuur en media als beleidsterreinen nieuw voor mij. Daar moet ik me op inwerken.”

Eelt op de ziel

Heeft ze genoeg eelt op haar ziel voor het ministerschap? “Houdt dat in dat je verhard bent? Dat lijkt me niet goed als dat gebeurt. Maar als het gaat om messen in je rug of twijfels aan je integriteit, kortom als het spel niet fair wordt gespeeld, nee, dan heb ik geen eelt op mijn ziel. Dan zal ik Sander [Kleikers, echtgenoot] nodig hebben om uit te huilen en weer verder te gaan. Want ik ben geen wegloper. Tegelijkertijd heb ik mijn kinderen en familie beloofd dat ik niet van karakter ga veranderen. Ik ben wie ik ben. Ik ben vrij open en eerlijk, ik ben gewend om informatie te delen, dat heeft nog nooit verkeerd uitgepakt, niet aan de UM, niet binnen de UNL, niet bij mijn nevenwerkzaamheden. Ik ga het nu meemaken, ik ga veel leren.”

Klein ego

Tot slot: is haar ego wel klein genoeg is voor dit nieuwe minderheidskabinet? Haar partijleider Rob Jetten wordt niet moe dat te beklemtonen. “Haha, ik heb niet zo’n ego. Ik denk in ieder geval dat het klein genoeg is. Ik hoef niet op de voorgrond of op het podium al hoort dat soms wel bij mijn rol. Ik ben geen bestuurder die steeds moet laten zien wat ze allemaal doet: zie mij hier. Dit is geen kritiek op mensen die dat wel doen, het kan heel effectief zijn, maar het is niet mijn stijl. In mijn informateursrol heb ik bewust niet elke dag de media opgezocht. Dat was een stijlbreuk met voorgangers, maar ik heb dat uitgelegd: ik heb niet iedere dag nieuws te vertellen, dat is op de eerste plaats ook aan de drie onderhandelaars. Dat is gerespecteerd. Ik wil het ook als minister op mijn eigen manier doen.”

Wendy Degens en Riki Janssen

Beknopt CV Rianne Letschert (1976)

  • Studeerde Internationaal Recht in Tilburg, Amsterdam en Montpellier
  • Promoveerde in 2005 op rechten van minderheden
  • Was van 2011-2016 hoogleraar Victimologie en Internationaal Recht, Universiteit Tilburg
  • Was van 2015- 2016 voorzitter Jonge Akademie
  • Vidi beurs 2015
  • Werd in september 2016 rector aan de UM
  • Was van 2017 tot 2023 lid van het Adviescollege Levenslanggestraften
  • Was van 2019-2021 voorzitter Commissie Implementatie nieuw Wetboek van Strafvordering
  • Werd in 2019 topvrouw van het jaar
  • Is vanaf 2019 lid van de Raad van Toezicht van het Catharina Ziekenhuis
  • Werd in november 2021 voorzitter van het college van bestuur UM
  • Is sinds februari 2023 voorzitter adviescommissie Groeifonds
  • Werd in december 2025 informateur
  • Vanaf 23 februari 2026 minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Rianne Letschert is getrouwd met Sander Kleikers, ze heeft een zoon en een dochter uit een eerdere relatie en twee stiefkinderen.

Auteur: Redactie

Foto: Joey Roberts

Tags: rianne letschert, interview, afscheid, minister, onderwijs, gaza, israel, bokito's, sociale veiligheid, internationalisering, erkennen en waarderen,instagramNL

Reacties

Henk Reinsma

Letschert voelde het als “bedreigend”, zo lees ik, toen de onderwijstaal steeds centraler kwam te staan in het politieke debat en het "Wetsvoorstel Internationalisering in Balans" (WIB) vorm kreeg. De vrees was, zoals zij vaker in de media heeft aangegeven, dat de wet de universiteit zou dwingen haar internationale koers – inclusief het gebruik van Engels in het onderwijs – drastisch te beperken, waardoor de UM haar internationale profilering en aantrekkingskracht voor studenten en onderzoekers zou verliezen.

Deze vrees is echter ongegrond en lijkt vooral retorisch van aard. Het wetsvoorstel WIB streeft (ook in haar oorspronkelijke vorm) immers niet naar het afschaffen van internationalisering of het verbieden van Engelstalig onderwijs (integendeel: het belang ervan wordt juist erkend), maar naar een evenwichtiger verhouding tussen internationalisering en de positie van het Nederlands als onderwijstaal. Doel is om onderwijs en communicatie in het Nederlands te behouden waar dat onderwijsinhoudelijk en maatschappelijk gewenst is, bijvoorbeeld bij bacheloropleidingen.

Het gebruik van het Nederlands als onderwijstaal is onderwijskundig gewenst omdat Nederlandse studenten complexe concepten doorgaans beter begrijpen in hun moedertaal. Ook kritisch reflecteren en het toepassen van nieuwe kennis verloopt aantoonbaar gemakkelijker in de eigen taal, wat diepgaand leren en actieve participatie bevordert. Veel taalkundigen en psychologen hebben dit onderstreept. De KNAW pleitte om die reden expliciet voor het behoud van het Nederlands als onderwijstaal in het rapport "“Nederlands tenzij…” Tweetaligheid in de geestes- en de gedrags- en maatschappijwetenschappen".

Maatschappelijk is het ook wenselijk om hrt Nederlands als onderwijstaal te behouden: het versterkt het Nederlands als academische taal en cultuurtaal, vergroot de verbondenheid met de samenleving en maakt kennis en inzichten beter toegankelijk voor het bredere maatschappelijke en professionele veld. Zo draagt onderwijs in het Nederlands bij aan zowel de kwaliteit van leren als de maatschappelijke verankering van het hoger onderwijs.

Het standpunt van Letschert dat de UM “moet kunnen zijn zoals ze is; internationaal én Europees”, heeft niets te maken met WIB of de (terechte) zorgen over doorgeschoten verengelsing. Internationaal en Europees zijn geen tegenstellingen van een gebalanceerde internationalisering. Integendeel: serieuze aandacht voor meertaligheid – met een volwaardige plek voor het Nederlands als onderwijstaal – versterkt de internationale context juist. Het sluit bovendien beter aan bij de Euregionale context waarin de UM opereert: een regio waar Nederlands, Limburgs (als streektaal), Frans en Duits al lang naast elkaar bestaan, en pas recenter ook het Engels een grotere rol speelt. Het idee dat “alle opleidingen in het Engels moeten vanwege de internationale en Euregionale context” is dan ook een misvatting. Niet Engelstaligheid, maar meertaligheid – met het Nederlands stevig ingebouwd – is compatibel met de ambitie om internationaal én Europees te zijn. Het maakt het onderwijs rijker, inclusiever en beter afgestemd op regionale én internationale behoeften.

In andere Europese landen is aandacht en ruimte voor de landstaal aan universiteiten vanzelfsprekend. In Nederland moet het worden bevochten. Er is geen land in Europa dat het Engels zo ruim baan heeft gegeven in het hoger onderwijs ten koste van de landstaal als Nederland. Ook buitenlandse universiteiten die net als de UM in de Euregio zijn gelegen, denk aan die van Leuven (België) en Aachen (Duitsland), weten een internationale oriëntatie en erkenning te combineren met bacheloronderwijs in de landstaal.

Laten we eerlijk zijn: in Nederland gaan we uitzonderlijk slordig om met onze landstaal. We moeten er dan ook niet vreemd van opkijken dat middelbare scholieren steeds minder waarde hechten aan het vak Nederlands als zij weten dat hun vervolgopleidingen grotendeels Engelstalig zijn. Het is ook niet vreemd dat studenten in de geesteswetenschappen minder passie voelen voor de landstaal en de overdracht ervan wanneer opleidingen steeds vaker in het Engels plaatsvinden en inhoudelijk worden toegesneden op internationale thema’s. En het is begrijpelijk dat de opleiding "Nederlandse taal en cultuur" bijna geen studenten heeft als het Nederlands buiten deze specifieke opleiding om nauwelijks nog wordt gecultiveerd. Dat taalvaardigheden onder jongeren onder druk staan (2/3 van de vijftienjarigen is inmiddels functioneel analfabeet) en dat ook docenten signaleren dat studenten moeite hebben met hun schrijfvaardigheid (bij schriftelijke tentamens bijvoorbeeld), past in dat bredere beeld. Het toenemend gebruik van AI onder scholieren en studenten zal de taalvaardigheden in het Nederlands verder onder druk zetten.

Letschert is nu in een positie om richting en vorm te geven aan het hoger onderwijs. Hopelijk werkt zij, in de geest van het wetsvoorstel van haar partijgenoot Dijkgraaf, aan een internationalisering “in balans”: een internationalisering volgens kosmopolitisch model dat ruimte biedt aan meerdere talen en culturen, en niet aan een eenzijdige verengelsing die kan leiden tot inhoudelijke en culturele verschraling en tot universiteiten die zich losmaken van hun maatschappelijke en culturele context.

Daarnaast hoop ik dat Letschert werk maakt van een stabieler bekostigingssysteem, zodat minder energie en geld verloren gaat aan onderlinge concurrentie tussen instellingen en opleidingen bij de werving van (internationale) studenten, en kleine maar relevante opleidingen – bijvoorbeeld in de moderne vreemde talen of het Nederlands – het onderspit delven terwijl Engelstalige opleidingen (zelfs in domeinen zonder tekorten) blijven groeien.

Hoger onderwijs moet weer worden wat het is: een publiek goed, geworteld in een samenleving en cultuur die – zeker in de Euregio – niet alleen Engelstalig, maar meertalig en dus óók Nederlandstalig is. Onderwijs en onderwijstaal zouden dit moeten weerspiegelen. Dat is van onderwijsinhoudelijk en maatschappelijk belang, en niet iets om als "bedreigend" te ervaren. Juist een sociaal-liberaal als Letschert zou dat moeten inzien. Daar vertrouw ik dan ook op. Succes! Aan de slag!

Michel Couzijn

Dank aan Henk Reimsma voor zijn informatieve en goed onderbouwde bijdrage.

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.